zondag 30 mei 2010

Zondag in Kupang

Vandaag is het zondag. Maar geen 'zalig nietsdoen' voor mij en in alle rust de kerkdiensten bijwonen, want ik ben uitgenodigd om voor te gaan, 's morgens in de eredienst van de GGRM (Gereja-Gereja Reformasi Musyafir, ds Eli Fangidae) in de Galileakerk en 's middags in de kerkdienst van de GGRI (Gereja-Gereja Reformasi di Indonesia, ds Madah Biha) in de wijk Bakunase/Labat. In beide kerken, die al sinds lang min of meer een zusterkerkrelatie met elkaar hebben (niet zonder ups and downs), heb ik al vaker gepreekt.

 

Ik heb in de voorbije dagen al weer heel wat beleefd aan activiteiten. Afgelopen woensdag ben ik in Kupang aangekomen. Donderdag heb ik mijn eerste lessen gegeven aan de STAK (Sekolah Teologi Agama Kristen) waarvan ds Edward Dethan de directeur is. Deze school heeft net een nieuwe campus betrokken in het heuvelland bij Noelbaki/Tilong (met een grandioos uitzicht over de baai waaraan Kupang ligt), een kilometer of 15 oostelijk van Kupang, richting So'e. Het secretariaat van de school is nog wel in Kupang, maar de studenten zitten nu op een veel geschiktere locatie dan in de drukte van de stad. Behalve de lessen die over het hetzelfde onderwerp gaan als in Waingapu – en ook hier stellen de ongeveer 60 studenten veel vragen – zijn er de gesprekken met Pak Edward en zijn collega's, Pak Dominggus die is opgeleid aan de STTJC op Bali en Pak Kris Nguru die destijds veel bij de Knigges over de vloer kwam.

 

Gisteren, zaterdag, heb ik opnieuw lesgegeven op de STAK. Op vrijdag niet, want toen werd er een seminar gehouden in de kerk van de GGRI in Bakunase over Gods voorzienigheid, "In tegenspoed geduldig, in voorspoed dankbaar" (Heid. Cat., Z 10). In enkele sessies heb ik aan de ruim 100 aanwezigen – onder wie heel wat studenten van de STAK – uitleg gegeven over Gods verzorging en regering over de schepping in het algemeen en over zijn volk in het bijzonder. Men heeft ook in groepjes een aantal opdrachten besproken. En van de gelegenheid om vragen te stellen werd veel gebruik gemaakt. In de pauzes had ik de kans oude bekenden te spreken, zoals Ibu Ragalawa (haar man was destijds mijn collega-docent aan de STM in Boma, Papua) en Ibu Rihibiha (bij wie we tijdens ons bezoek aan Sabu destijds hebben gelogeerd). En ook trof ik twee dochters Ragalawa die destijds ook op Sabu waren, Ibu Tali en Ibu Mamo, om de gastvrouw de helpende hand te bieden. Pak Windi, voorganger in de GGRI Kupang naast ds Madah Biha, is ook altijd wel in voor een gesprek over een of ander theologisch onderwerp. Al met al een bijzonder geslaagde dag die anderhalf uur langer duurde dan de bedoeling was.

 

Maar vandaag is het zondag. De dienst in de Galileakerk begint om acht uur. Ik zou op tijd worden opgehaald, zodat we vantevoren de liturgie nog konden doornemen, maar de auto van de fam Fangidae rijdt pas tegen achten voor. In de kerk – met uitzicht over de baai, door Pak Isak betiteld als 'het Meer van Galilea' – zit men al te wachten. Tijd om de liturgie nog goed door te nemen is er niet meer. Het moet maar lopen, zoals het loopt. En dat doet het. Ik ga mijn gang en laat het rustig over mij komen, wanneer er ineens voor mij onverwachte dingen gebeuren. De gemeente – een paar honderd mensen – doet enthousiast mee. Twee keer treedt het gemeentekoor op. En naar mijn preek over Hand. 22:17-21 wordt goed geluisterd. Niemand maakt zich druk over de lengte van de dienst, want na de dienst heeft niemand haast om naar huis te gaan. Ik praat nog wat na met verschillende mensen. Dan nodigt Ibu Fangidae me uit om koffie te drinken. Gezellig. We doen dat niet bij haar thuis, maar in Restaurant 'Borneo', vlak bij mijn hotel. Ook de beide voorgangers, Pak Isak en Pak Ed, zijn van de partij. Er is een geweldige keus aan koekjes en snacks. Zo zitten we een uurtje gezellig bij elkaar, 'ngopi ngobrol'. Pak Isak vertelt me over de kerkelijke situatie: de samenwerking tussen de GGRI en GGRM is nu weer goed. Hij hoopt dat dit zo blijft en dat de komende Synode van de GGRI NTT dit ook officieel zal uitspreken.

 

We nemen afscheid met een 'tot ziens'. Het was goed toeven bij deze geloofsgenoten. Ik vind dat op elke reis weer heel indrukwekkend. Er zijn zoveel verschillen in taal, cultuur en huidskleur, maar wat geeft Christus toch een fijne geloofsgemeenschap, wereldwijd.

 

Datzelfde ervaar ik 's middags ook in en rond de kerkdienst van de GGRI in Bakunase/Labat. Collega Madah Biha komt me op tijd ophalen, zodat we nog mooi samen de liturgie kunnen opstellen. Het is opnieuw een mooie eredienst, met daarna gezellig napraten en foto's maken.

 

Later ga ik eten in het hotelrestaurant. Ik ben de enige gast. Met de bediende raak ik aan de praat over christen zijn in het dagelijks leven. Zij is lid van de GMIT, de protestantse kerk van Timor. Maar, zo te horen, is ze bepaald niet randkerkelijk en ook niet vrijzinnig. Ze is betrokken bij het zondagschoolwerk in de gemeente en zingt ook wel mee in het kerkkoor. Veel mensen zijn heel oppervlakkig christen en zijn haast niet te onderscheiden van niet- of andersgelovigen. Dat klopt niet, vindt ze. De mensen moeten aan jou kunnen zien en horen dat je christen bent. Je moet toch een duidelijk getuigenis geven. En zo zegt iemand, die mijn preken vandaag helemaal niet gehoord heeft, toch precies hetzelfde, en probeert dat ook te doen in haar leven. Mooi is dat.

donderdag 27 mei 2010

Aanpakken op Sumba

Drie dagen moest ik op Bali wachten voor ik kon doorreizen naar Sumba. Dit gedwongen verblijf op Bali heeft ook nog zijn goede kant gehad: zo kreeg ik volop de gelegenheid om de aanval van koorts, verkoudheid en diarree die me overkwam rustig te boven te komen. Toen ik vrijdagmiddag op Sumba aankwam, was ik weer aardig op de been. Fit genoeg om te werken. Ik hoopte in de paar dagen die ik op Sumba had, toch nog veel te kunnen doen. En dat is gelukt ook. Hoewel zich ook op Sumba weer vertragingen voordeden door 'operational reasons'.

 

Met Pak Pila was ik al overeengekomen dat ik me zou concentreren op een van de twee afgesproken onderwerpen, de systematische exegese (volgens het stappenproces in Kitab Suci – untuk Kita!) van een hoofdstuk uit Handelingen (als field testing van de Indonesische vertaling van het boek van C. vd Berg, Proces om de volken, die begin volgend jaar door Bina Kasih zal worden uitgegeven). Het andere onderwerp, enkele lessen dogmatiek over 'de voorzienigheid van God in de Sumbanese context', zou ik laten liggen.

 

Diezelfde avond ben ik van start gegaan. Nog onderweg van het vliegveld naar het hotel in Waingapu belde Pak Pila al op of ik om vier uur kon beginnen. En dat terwijl het, toen hij opbelde, al over drieën was. Dat leek me niet haalbaar. We spraken af dat hij me tegen zessen zou komen ophalen. Maar goed ook, want het duurde haast een uur voor ik in het hotel alles op orde had en me eindelijk kon gaan douchen en wat kon gaan eten. Dat laatste moest trouwens buiten de deur bij Eethuis "Nazareth" of bij "Mr Café".

 

Ik heb lesgegeven op vrijdagavond en daarna van maandag tot woensdag. Ook op maandagavond stond er een sessie op het programma, maar toen ik al zo'n beetje klaar stond om naar school te gaan, kreeg ik een sms'je van Pak Pila: er is vanavond geen electriciteit in de wijk waar de kerk/school staat. Door overbelasting van het net, worden de buitenwijken van Waingapu bij toerbeurt een avond afgesloten. Er wordt dan wel lesgegeven bij Pak Paulus thuis, maar die zat deze avond ook zonder stroom. Dinsdag er dus maar flink hard aan getrokken, 's morgens en 's middags, tot over zessen. En toen gegeten bij Paulus en zijn Australische vrouw Isabel. Ze runnen een compleet internaat van bijna 20 kinderen uit de GGRI in het binnenland. Ze hebben zelf een baby, Ruth, van enkele maanden oud. Woensdagmorgen heb ik de lessen afgerond. Daarna terug naar het hotel en naar het vliegveld om naar Kupang te vertrekken.

 

Het waren een paar hectische dagen, maar ik heb genoten van het lesgeven en ook van de gesprekken tussendoor. De 12 studenten deden actief mee en gaven veel respons. We hebben het hele exegeseproces doorgenomen aan de hand van Handelingen 22, mn de verzen 17-21.  De studs mogen graag discussiëren en hebben daardoor nog wel eens de neiging uit te weiden of zelfs elementen in de tekst in te lezen. Ik heb daarom aandacht gevraagd voor wat in 2 Ptr. 1:20-21 wordt benadrukt: de Schrift uitleggen naar de bedoeling van de Auteur. De betekenis 'uitlezen'. Oppassen dus met bijvoorbeeld te menen dat Paulus' gevangenneming een straf was (eigen schuld), omdat hij naar Jeruzalem was teruggekeerd, terwijl Koning Christus hem daar juist had weggestuurd (20 jaar geleden).

 

Toch was er ook nog wel de nodige ontspanning. Zaterdagmiddag werd ik opgehaald door Pak Makabunang voor een bezoek aan Wai Marangu, waar de opleiding eerst was en waar ik ook regelmatig heb gelogeerd. Omdat de auto niet helemaal in orde was en daarom naar de garage moest, vertrokken we ipv om half één pas om half vijf en kwamen we aan toen het al donker was. Mooi om Kapala en Oi weer te zien. Hun tweede kind – ze hebben er net een derde bij – werd geboren op de ochtend van de dag dat ik uit Wai Marangu vertrok, drie jaar geleden. Ik heb toen nog foto's van de baby gemaakt. Laat ik nu precies op dezelfde datum in Wai Marangu terugkomen: het kind vierde die dag haar derde verjaardag. Geweldig.

 

Zondag hebben we het Pinksterfeest gevierd. Er zaten ongeveer 25 mensen in het kerkje van Wai Marangu. Mehang Paratu ging voor (dat doet hij al sinds jaar en dag; ik weet niet anders). Hij hield een degelijke preek, maar fixeerde zich wel wat teveel, vond ik, op onze natuurlijke onwil om daadwerkelijk tot bekering te komen. Het ging er op de Pinksterdag juist om dat, door de kracht van de Geest, veel mensen dat wel deden. Het oogstfeest van geloof en bekering had best meer aandacht mogen krijgen (en de stemming beheersen). Als er een van aanpakken weet, dan wel de Geest! Dat werkt aanstekelijk.

maandag 17 mei 2010

Vast op Bali

Het kan ook niet altijd van een leien dakje gaan. Vorige week in Jakarta liep alles gesmeerd. Maar nu heb ik pech. Toen ik vanmiddag  in Denpasar aankwam, heb ik meteen gecheckt of de vlucht van Merpati morgen naar Waingapu doorgaat. Niet dus. En donderdag al vol. De andere maatschappij die op Sumba vliegt, Batavia Air, heeft op woensdag ook geen ruimte. Ik kan pas vrijdag vertrekken. De zaak omgooien en eerst naar Kupang gaan en vervolgens naar Waingapu is ook geen optie. Dan moeten ze in Kupang ook alles veranderen. Dan er straks in Waingapu maar wat harder aan trekken.
Het was me trouwens een gedoe om een nieuwe ticket te krijgen. Van de internationale terminal moest ik naar die van de binnenlandse vluchten een eind verderop. Bij het loket van Merpati stuurden ze me naar de incheck-counters in de vertrekhal. Dus alle bagage moest door de scan. En toen ging ik van Merpati naar Batavia Air en weer terug. Service van Merpati, ho maar. Ik moest het zelf maar regelen. Eindelijk klaar. Diepe zucht.
Vervelen hoef ik me niet. Ik heb genoeg werk bij me. En ik ga ook maar es even de STTJC bezoeken waar ik vorig jaar een seminar heb gegeven. Een uitstapje naar de rijstterrassen of de vulkaan (deze rookt gelukkig niet) is natuurlijk ook wel aardig. Ik maak er wel wat van. Het is wel weer duidelijk: in dit land moet je klaar staan om te improviseren.

zondag 16 mei 2010

Blij en enthousiast in Jakarta


Het is zondag. Ik ben al vier dagen in Jakarta. Veel tijd om van de jetlag te bekomen heb ik niet gekregen. Ik heb in deze paar dagen al zoveel beleefd. Blijmakende maar ook zorgwekkende dingen. Voor het eerst hield ik het pasverschenen boek Membaca Alkitab (J. van  Bruggen, Het lezen van de bijbel) in handen. Weer een LITINDO-boek klaar. En uitgeverij Bina Kasih heeft toegestemd in de uitgave van weer drie nieuwe boeken. Een paar al verschenen boeken zijn in herdruk. En ook is er weer een vertaling van een boek klaar. Bij een presentatie van LITINDO op de STT Moriah in Gading Serpong, Tangerang (West-Jakarta) werden er veel boeken verkocht. Dat zijn stuk voor stuk opstekers. Ze maken je blij en enthousiast om verder te gaan met dit werk. Het LITINDO-project heeft succes. Prachtig dat God via dit project zijn mensen in Indonesia wil toerusten en zijn gemeente opbouwen. Aan hem de eer!
 
Donderdag, op Hemelvaartsdag, vierde SETIA haar 23e verjaardag (11 mei 1987). Dat gebeurde in het Orchardz-hotel in Noord-Jakarta. Tijdens deze viering vond ook de diploma-uitreiking plaats aan de eerste lichting SETIA-studenten die de door 'Nederland' (GZD/DVN/OZD) gesponsorde opleiding tot Master of Divinity met goed gevolg hebben afgerond. De meesten van hen kende ik van de colleges die ik hen destijds mocht geven. Ze liepen allemaal in een nieuwe toga met een stola waarin de kleuren van de Nederlandse vlag zijn verwerkt. Docent Dick Mak die deze opleiding heeft verzorgd, samen met Marianus Waang en Yusup Lifire, mocht hun de bul uitreiken. De alumni zijn allemaal opnieuw uitgezonden naar hun 'werkplaats' all over Indonesia, van Nias tot Merauke. Tegelijk met hen kregen ook bijna 30 studenten, bijn allemaal afkomstig van Papoea, het D3-diploma. Ook een blijmakend gebeuren.
 
SETIA heeft nu al bijna twee jaar geen eigen campus meer. In 2008 zijn ze verdreven van school en internaten in de Kampung Pulo, dichtbij Vliegveld Halim. Vorig jaar heb ik de studenten bezocht op drie verschillende locaties: het tentenkamp in Cibubur (Zuid-Jakarta), de transito barakken in Kali Malang (Oost-Jakarta) en het voormalige stadskantoor in Grogol (Noord-Jakarta). Van de eerste en de laatste locatie zijn ze intussen ook weer verdreven. Gelukkig is er tijdelijk onderdak gevonden in twee gebouwen, allebei in Noord-West-Jakarta, voor de vrouwelijke studenten in Kalideres en voor de mannelijke studenten in Daan Mogot. De laatste locatie heeft nog weer onder druk gestaan. De moslimgroepering FPI wilde dat de studenten het gebouw binnen 12 uur verlieten, maar dat is niet doorgegaan. Laten de voorlieden van FPI die destijds leiding gaven aan de opstand tegen SETIA in Pulo daar in Daan Mogot wonen! Ze gingen naar Pulo om de christenen weg te jagen, met als gevolg dat ze nu bij hen op de stoep zitten! Hoe wonderlijk kan het gaan. Op de twee nieuwe locaties en in Kali Malang gaat het werk door. En ook de M.Div-opleiding die plaatsvindt in Kota Wisata (Zuid-Jakarta) gaat ongestoord verder.
 
Er zijn echter bij SETIA ook interne problemen: frictie tussen de leiding en het stichtingsbestuur en tussen de leiding en de staf/docenten. Onlangs heeft een behoorlijk aantal docenten die SETIA al jarenlang trouw hebben gediend, zich teruggetrokken uit onvrede over hoe zij behandeld worden. De salarissen zijn al maandenlang niet uitbetaald, maar dat is niet het belangrijkste. Punt is dat zij geen vertrouwen en verantwoordelijkheid krijgen, maar vaak als kinderen zo niet slaven behandeld worden. Hun vertrek heeft de leiding aan het denken gezet. Hopelijk kan ik als bemiddelaar - dat verzoek kreeg ik van de leiding - bijdragen aan een herstel van de vrede en de rust.
 
Vanmorgen heb ik op uitnodiging van SETIA gepreekt op de locatie Kalideres. Die preek ging over wat de apostelen deden in de tien dagen tussen Hemelvaart en Pinksteren (Lucas 24:50-53 en Handelingen 1:12-14). Ze zaten niet bij de pakken neer, waren niet verdrietig om Jezus' vertrek, maar ze waren blij en enthousiast, klaar om met de uitvoering van hun opdracht te beginnen. Terwijl ze ook al wisten dat dat niet gemakkelijk zijn zijn. Ze popelden van verlangen om aan de slag te gaan, in wat voor omstandigheden ook. Van die houding kan ieder gelovige veel leren: Wees blij, wees enthousiast, wees actief. Om dat te kunnen zijn, ook in de moeilijkste omstandigheden: blijf bidden. Houd contact met God. En vergeet niet: Koning Christus is met ons. Door de Geest.
 
Blij en enthousiast: als alles goed gaat, maar ook als het tegenzit.


(De foto is gemaakt door Corien Oranje: Namens de GZD mocht ik de verjaardagstaart mee aansnijden en daarbij een gebed uitspreken. Moge de Heer SETIA een gezegend nieuw jaar geven en uitkomst op verschillende vlakken.)

maandag 26 april 2010

Werkreis 2010

Opnieuw op werkreis voor LITINDO: 10 mei – 22 juni 2010

Ook dit jaar ga ik weer voor LITINDO op werkreis naar Indonesia, en wel – als God wil – van 10 mei tot 22 juni. De eerste en de laatste week verblijf ik in Jakarta voor tal van werkzaamheden:
overleg met de uitgevers. Bij ‘Bina Kasih’ (YKBK) liggen twee manuscripten die moeten worden uitgegeven. Het ene is een door ds Gerrit Riemer verzorgde vertaling van Roep Mij aan! (een boekje over het gebed) en het andere een beknopte bijbelverklaring op het boek Handelingen, Proces om de volken, waarvan ik de vertaling heb klaargemaakt. Ik ga er nog een derde manuscript inleveren, het boekje Gereformeerde Kanoniek, geschreven door ds Daan Zandbergen. Ook bij de uitgeverij ‘Gunung Mulia’ (BPK) liggen twee uit te geven boeken, een boek van ds Jaap Groen over belijdenissen en het Candlestand Statement, een uitgave van IRTT/DVN. Er staan dus weer vijf nieuwe boeken op stapel. En er is begin dit jaar ook al een boek verschenen, nl Het lezen van de bijbel van dr Jakob van Bruggen. Ook daarvan heb ik de vertaling verzorgd.
overleg met vertalers. Vorig jaar is LITINDO’s vertaalster, mw Amsy Susilaradeya, overleden. Zij heeft veel boeken voor LITINDO vertaald. Daarnaast zijn Mariam, de vrouw van Marianus Waang, en Warni, de vrouw van Yusup Lifire (die in Kampen NL de opleiding tot M.Th. hebben gevolgd) aan het vertalen. Warni vertaalt een dagboekje voor kinderen. Mariam is met verschillende projecten bezig, nl met de vertaling van Adrian Verbree, Over dopen, en met de omwerking van enkele scripties.
overleg met Marianus Waang. LITINDO is bezig met de uitgave van een boek over ‘gereformeerde geloofsleer in de Indonesische context’. Marianus Waang heeft de taak om dit boek in de Indonesische cultuur te plaatsen. Dat is een hele klus en bepaald niet gemakkelijk. Het is belangrijk om daarover goed door te praten.
bezoek aan SETIA. Natuurlijk hoop ik ook SETIA te bezoeken op de twee tijdelijke locaties waar ze momenteel verblijven. Daar zal ik dan ook wel weer heel wat bekenden ontmoeten, o.a. de familie Dick en Corien Mak.
presentatie van LITINDO. Ik heb een uitnodiging van de Theologische Hogeschool ‘Moria’ om daar op Hemelvaartsdag te komen en LITINDO te presenteren na de kerkdienst op de campus. Er gaat een set van alle boeken mee.

Op 17 mei reis ik door naar Bali en op 18 mei naar Sumba voor het geven van lessen exegese en/of geloofsleer op de Theologische Hogeschool van onze zusterkerken daar. De exegese zal gaan over het pasverschenen boek Het lezen van de bijbel, met daarbij voorbeelden uit het vertaalde boek over Handelingen. En de lessen geloofsleer zullen gaan over schepping en voorzienigheid, mn over engelen en boze geesten. Van Sumba gaat de reis verder naar de stad Kupang. Ik hoop twee seminars te geven bij onze zusterkerken daar. En als het lukt, maak ik vanuit Kupang nog een uitstapje van een paar dagen naar het eiland Alor, de geboorteplaats van Marianus, Mariam en Yusup. Ook daar staan een seminar gepland en een presentatie van LITINDO. Al die lessen en seminars staan in het teken van field testing, het uitproberen van hier geschreven of vertaald lesmateriaal in de praktijk. Als het aanslaat, kan het worden uitgegeven. En anders moet er nog weer aan gewerkt worden.

Op de terugweg naar Jakarta maak ik een stop van enkele dagen in Salatiga (Midden-Java) voor een bezoek aan de Christelijke Kerk van Java. Deze kerk heeft net als onze kerk de Heidelbergse Catechismus als belijdenisgeschrift. Onlangs heeft men een aanvulling op de Catechismus gemaakt en op de synode aangenomen waarin – in vraag/antwoord-vorm – wordt ingegaan op de Javaanse cultuur. Dat is niet alleen interessant, maar ook heel leerzaam, bijvoorbeeld voor het boek over geloofsleer waarmee LITINDO bezig is.

Ik eindig weer in Jakarta voor vervolgoverleg, of om te doen wat op de heenreis niet gelukt is. Het is de bedoeling dat ook Anita Helder van de Voorlichtingscommissie van de GZD die week in Jakarta is om de sfeer te proeven van het LITINDO- en SETIA-werk. Zij gaat SETIA bezoeken en de families Waang en Lifire. En ze gaat vast ook met mij mee naar de verschillende uitgevers.

Zes weken is een hele periode, maar de tijd vliegt altijd om. Maar zo’n reis geeft wel altijd een dubbel gevoel, want Atsje en Jos (en ook Wemke en Reinder) blijven hier. We hopen en bidden dat, onder Gods bescherming, hier én daar alles goed mag gaan.

HV / Paheng
www.litindo.org.

maandag 20 juli 2009

Blog Marianus Waang

Ook Marianus vertelt uitgebreid - en spannend! - over onze reis naar Papua. Lees zijn verhaal op de website van LITINDO: www.litindo.org. Kijk onder SETIA, Weblog. Op dezelfde site - maar dan onder LITINDO, Weblog - staan ook mijn blogs.

donderdag 16 juli 2009

Dominggus van Fifiro


Dominggus, afkomstig van Alor, is een alumnus van SETIA. Ik heb hem destijds in de klas gehad. Hij was niet echt een intellectuele hoogvlieger, maar wel een trouwe, gewetensvolle jongen die de zaken goed door had en praktisch kon vormgeven. Eerst ging hij naar Kalimantan Barat. Later werd hij naar Papua gestuurd. En daar wil hij, als het aan hem ligt, blijven. Hij heeft zijn hart aan de Papua's verpand en doet er alles aan om hen hogerop te krijgen. Sinds enkele jaren werkt hij in Fifiro, een Kombaidorp aan de Mangguno, een eind boven Uni. Daar runt hij, met enkele anders SETIA-mensen, de basisschool. Hij doet ook evangelistenwerk, want hij zoekt de mensen op in hun boomhuizen in het bos en vertelt hun over de Here Jezus.
 
We troffen hem in Tanah Merah. Hij was daar ivm het schoolwerk in Fifiro. Hij wachtte op de uitslag van de schoolresultaten en wilde dan zo gauw mogelijk weer terug. Zolang wij in Tanah Merah waren, was Dominggus er om te praten. Hij wilde checken of hij het goed aanpakte en onze mening vragen over wat hij aan het doen was. Meer dan de anderen verdiepte hij zich in het leven van de Kombai mensen. Juist omdat hijzelf een rustige, kalme vent is - overigens weet hij van aanpakken en doorpakken - heeft hij er kennelijk weinig moeite mee om zich aan te passen aan het tempo van de mensen van Fifiro. Anderen lachen wel es een beetje om Dominggus, maar laat hem maar schuiven.
 
Ik heb hem mijn boek Hidup Baru. Orang Kristen dalam Konteks Kebudayaan Setempat (Nieuw leven. De christen in zijn plaatselijke culturele context) gegeven. Daarin behandel ik als casus het sagorupsenfeest van de Kombai. Dit feest is de eredienst van de Kombai voor Refafu om hem te danken en om van hem vruchtbaarheid te vragen. Hij krijgt ook mijn Kitab Suci - untuk Kita! (De Heilige Schrift - voor ons!) over het lezen en verklaren van de bijbel. Met name het eerste boek heb ik hem aangeraden om de achtergronden van zijn mensen in Fifiro beter te leren begrijpen. Hij zou het meteen gaan lezen, zei hij bij het afscheid.
 
Intussen ben ik alweer bijna een week terug in Jakarta. Op zeker moment ging het mobieltje. Dominggus aan de telefoon. Hij vertelt: "Ik heb uw boek gelezen, Paheng. En nu wil ik hier altijd blijven werken." Ontroerend. Was ieder zoals Dominggus, Gods bereidwillige dienaar in Fifiro. Moge God hem zegenen in zijn werk daar.