zaterdag 11 juli 2009

Werk volgens planning



Dankbaar constateer ik dat het programma van deze LITINDO-reis tot nu toe precies volgens schema kon worden uitgevoerd. De eerste weken in Jakarta en op Bali verliepen al zoals gepland (zie eerdere blogs). Maar ook het hoofddoel van de reis werd gerealiseerd en zelfs meer dan dat: een serie miniseminars voor kerkleiders van de GGRI op Papua (GGRI-P) over het onderwerp 'Gods voorzienigheid tegenover de stamgodsdienst'. Miniseminar was soms wel een wat te groot woord, maar wat mij betreft valt elk serieus gesprek over het seminar-onderwerp er ook onder. Oorspronkelijk was het mijn bedoeling om - net als in vroegere jaren - een (groot) seminar van een dag of tien te organiseren voor alle predikanten en evangelisten van de GGRI-P, in nauwe samenwerking met IRTT. Toen dat om bepaalde redenen niet mogelijk bleek, wijzigde ik mijn plannen. Ik kon mijn doel, het uittesten van al geschreven lesmateriaal en het verzamelen van adatmateriaal, wellicht ook bereiken door op verschillende plaatsen miniseminars te geven van één of twee dagen, of anders door alleen een gesprek erover. Toen ik op Papua aankwam, twijfelde ik er even aan of er ook van díe plannen wel iets terecht zou komen. Er bleek weinig tot niets voorbereid te zijn. De een was ziek en de ander wist van niets. Maar ik werd beschaamd. In ruim drie weken werd op vijf plaatsen een bijeenkomst gehouden - hier van enkele uren, daar van een paar dagen - waarop het onderwerp besproken werd, namelijk bij de GGRI-P in Waena/Sentani (aan de Noordkust), Merauke (aan de Zuidkust), Kouh, Tanah Merah en Boma. En meer dan dat! In Tanah Merah ging 'toevallig' (!) de preek van ds Ignatius Amotey over 'ons' onderwerp. En ook met SETIA-mensen in Koya Timur (Noordkust), Merauke en Tanah Merah werd het onderwerp besproken.
 
Deze keer hoefde ik de klus niet in mijn eentje te klaren. Mijn Indonesische collega Marianus Waang was mijn maatje. Hij is door LITINDO ingeschakeld bij de realisering van het dogmatiekproject: een boek waarin de leer van de bijbel wordt uitgelegd, gericht op de Indonesische context. Om het wat moeilijker te zeggen: een gereformeerde contextuele dogmatiek. Het is vooral Marianus' taak om te zorgen voor de indonesianisering van het geheel. Hij is daarvan de coordinator. Het was voor hem de eerste keer dat hij op Papua kwam en kennismaakte met de GGRI-P. Ik kan zeggen dat we samen een hecht koppel vormden. We hebben alles samen gedaan. Ik heb van zijn aanwezigheid en kameraadschap genoten en ik heb diepe waardering gekregen voor zijn kennis, zijn inzicht, zijn wijsheid en vooral zijn rustige en geduldige manier van omgaan met de mensen. Hij weet de mensen te overtuigen. Natuurlijk gingen de gesprekken niet alleen over het seminar-onderwerp, maar ook over de kerkelijke situatie van de GGRI-P en over de verhouding cq samenwerking tussen de GGRI-P en SETIA. Op persoonlijke titel - dat hebben we goed duidelijk gemaakt - hebben we desgevraagd onze mening geuit en advies gegeven.
 
Ons programma kon volgens plan worden uitgevoerd. We waren gezond. Het weer was goed voor de vluchten in het binnenland. De MAF heeft aan onze verzoeken kunnen voldoen. Wie met geloofsogen kijkt, ziet in al deze dingen de hand van God. Door zijn voorzienigheid kon het allemaal gebeuren. Hij zorgt ook voor de GGRI-P. Voor SETIA. En voor Papua. Die zorg hebben ze hard nodig. 
 
In volgende blogs hoop ik een terugblik te geven op ons werk voor LITINDO tijdens ons verblijf op Papua.

woensdag 8 juli 2009

Wisseling van werelden

Wekenlang zijn we onbereikbaar geweest. Van Sentani/Jayapura, waar internetten nog mogelijk was, zijn we naar Merauke gereisd. Daar lukte het met pijn en moeite om on line te komen, maar het ging zo traag en de verbinding werd zovaak verbroken dat we het maar hebben opgegeven. In het binnenland van Zuid-Papua, in de regio Boven-Digoel, was helemaal geen signaal (behalve in Tanah Merah). Daar waren we voor contact met de buitenwereld nog als vroeger aangewezen op de kortegolfzender. Toen we eergisteren uit de jungle van het Zuiden in Wamena, het centrum van de Baliemvallei, aankwamen, hadden we weer bereik. En nu in Sentani kunnen we ook weer internetten, zij het langzaam. Morgen vertrekken we naar Surabaya en overmorgen naar Jakarta. Daar zal internetten geen probleem meer zijn.

Maar wat een wereld van verschil tussen nu en de periode dat ik op Papua werkzaam was (1981-1992). Wanneer we toen een brief verstuurden, wisten we dat we ongeveer twee maanden moesten wachten op antwoord. Nu is er binnen een paar dagen, of zelfs binnen een paar minuten reactie. Als je aan die snelweg van communicatie eenmaal gewend bent, heeft het verleden afgedaan. Hetzelfde geldt voor het reizen tussen de dorpen. Vroeger deed je met de prauw een dag over de tocht van Boma naar Uni. Lopend bij lage waterstanden) kon je het in een uur of vijf doen. Nu kun je er per truck of motor in ruim een uur naar toe rijden. Loop je over de pas aangelegde weg, dan doe je er twee en een half uur over. Nog altijd de helft van vroeger. Maar dat wil toch niemand meer?

Het binnenland van Zuid-Papua wisselt in korte tijd van wereld. Dat was al het geval door de komst van zending en overheid. Maar dat raakt in een complete stroomversnelling door de verbetering van de infrastructuur. De mensen van de Jair, Awyu en Kombaistammen hebben een nieuwe wereld betreden. Die wisseling van werelden vindt ook op het water plaats. Er varen dagelijks boten tussen Tanah Merah en Kouh, Kawagit, Manggelum en verder. Houten boten, longboats en speeds, je kunt iedere dag wel een boot nemen. Geen wonder dan ook dat er in Tanah Merah hele wijken verrijzen van 'orang Kouh', 'orang Kawagit' enz. Vanuit Tanah Merah kun je dan weer verder per boot of per vliegtuig.

De gesloten wereld van de jungle gaat langzaam maar zeker open. Voor de bevolking heel plezierig, al blijven ze wel - letterlijk - aan het eind van de wereld zitten. Door de grote afstanden is alles er heel duur. Juist de mensen die het het minst kunnen betalen, moeten het meest betalen. Een liter benzine kost aan de kust Rp. 4800, in Kouh Rp. 15.000 en in Wamena (waar alles moet worden ingevlogen) zelfs Rp. 25.000. Boeken kosten er twee keer zoveel als in Jakarta. En kranten zelfs 3 tot 4 keer zoveel. Het zijn er bijna Nederlandse prijzen.

De verbetering van de infrastructuur heeft ook negatieve gevolgen. Er komt ook van alles binnen, mn veel handelaars en winkeliers die de begeerte van de mensen naar allerlei veel te dure artikelen weten op te wekken, zodat ze hun verdiende geld meteen weer kwijt zijn. Dat is zuur. Maar wat doe je eraan?

Op nog een andere manier hebben wij de wisseling van werelden meegemaakt. Het maakt groot verschil of je vanuit Nederland via Jakarta en Jayapura in de jungle van Papua aankomt, of andersom. Bij aankomst in Sentani vanuit Jakarta vonden we de luchthaven een rommeltje. Nu we vanuit Wamena in Sentani aankwamen, was het ineens een keurig vliegveld. En wat een verschil tussen de Papua's in de sagomoerassen, in de bergen en in de stad. Zodra je vanuit het laagland de bergen invliegt verandert alles. Eerst vlieg je over de vanzelf groeiende sagopalmen, dan over de talloze aardappelakkers van de bergbewoners. En in de stad is alles en iedereen op de winkels aangewezen. Als dat jou als westerling al aan het duizelen brengt, wat moeten de Papua's dan al niet ervaren. Een totale culture shock. Ze betreden letterlijk een nieuwe wereld. Maar helaas, het is niet dé nieuwe wereld.