dinsdag 14 juli 2009

Vogeltjeseten

Mijn vader verpoft het tot op vandaag om mais te eten. Dat noemt hij laatdunkend vogeltjeseten. De mensen van Alor zijn bepaald geen vogels. Maar mais is wel hun hoofdvoedsel. En ze kunnen het bijzonder lekker klaarmaken. Dat heb ik vandaag ondervonden. Maar, eerlijk is eerlijk, het was echt vogeltjeseten.
 
Al voor ik naar Papua vertrok, had Safira mij beloofd: "Als u terugkomt ga ik voor u koken." Safira is de vrouw van Aprianus. Ze wonen sinds kort pal naast Marianus en Mariam. Ze zijn allemaal afkomstig van het eiland Alor in Oost-Indonesia (provincie NTT, ten noorden van Timor). Ook Aprianus en Safira ken ik goed. Van de campus en van hun kerkenwerk in Seriti (Toraja, Celebes). Intussen werken ze al een paar jaar op de campus in Jakarta. Aprianus is docent en volgt de M.Div-opleiding en Safira is docente op de opleiding verpleegkunde van SETIA.
 
"Ik ga kapurun voor u maken," zei ze toen. "Kapurun," vroeg ik, "maar dat is toch een Toraja-gerecht? En jij komt van Alor." "Ja, maar dat is lekker, hoor." "Dat kan best zijn, maar ik wil van jou geen vreemd eten. Als ik bij jullie kom eten, eten we Alorees." "Dan krijgt u mais te eten, hoor." "Nou, wat zou dat? Dat lust ik graag." "OK, dan kook ik een Alor-gerecht." Aldus afgesproken.
 
En nu ben ik terug in Jakarta. Zaterdagmiddag zie ik Safira op de ceremoniele diploma-uitreiking van SETIA. Ze komt meteen op mij af. Van een afstandje vragen haar ogen al: "Wanneer zal het zijn?" We steken even de koppen bij elkaar en spreken af: dinsdagmiddag.
 
Om een uur of twaalf rijden we - ik gebruik de auto met chauffeur van Wisma PGI - het wooncomplex ASABRI op, helemaal in Zuid-Oost-Jakarta / Bekasi. De naam zegt dat het oorspronkelijk voor militairen bestemd was, maar het is blijkbaar algemeen toegankelijk. De huizen waar de beide gezinnen wonen zien er goed en nog nieuw uit. Ze wonen hier graag, want het is rustig. Geen lawaai van verkeer en machines. En voor de kinderen ook goed. Het eten staat al klaar. Behalve het maisgerecht is er rijst en kangkung (een soort spinazie) en gegrillde vis. Safira heeft haar beste beentje voorgezet. Ze deed destijds wat minderwaardig over het eten van mais, maar het smaakt echt heerlijk. Behalve mais zitten er boontjes, pinda's, tomaatjes en een soort groente in. Ik schep het eerst op als groente bij de rijst, maar dat is niet de bedoeling. Je hoort de mais afzonderlijk te eten. Echt lekker. Als het zo hoofdvoedsel is, dan doet het echt niet onder voor rijst of sago.
 
Dan komt het verhaal van de mais. Aprianus en Safira hebben heel wat moeten rondrijden om aan mais te komen. In Jakarta kent men het blijkbaar niet zo. Op Papua stikken ze erin. Vorige week in Wamena hebben we ons nog tegoed gedaan aan maiskolven. Maar alzo niet in Jakarta. Uiteindelijk hebben ze het kunnen kopen op ... de vogeltjesmarkt. We hebben dus inderdaad vogelvoer zitten eten. Maar wat maakt het uit? Mais is mais. Het was lekker. En we hadden het samen heel gezellig. Dat laatste is het belangrijkste. Fijn trouwens dat deze gezinnen buren van elkaar zijn. Ze hebben veel aan elkaar. Dat is ook goed voor SETIA.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten