woensdag 4 juli 2018



Voor het laatst op werkreis voor LITINDO | 11 juli – 1 september 2018


Op woensdag 11 juli vertrekken wij naar Indonesië. Ik ga mijn jaarlijkse werkreis maken. Deze keer zelfs samen met Atsje. Zij gaat mee, want het is voor de laatste keer dat ik voor LITINDO – mission via studieboeken – op stap ga om de uitgevers en de doelgroepen te bezoeken en om weer een aantal nieuwe boeken te presenteren. Sinds mijn vorige werkreis in mei-juni 2017 zijn er maar liefst vijf nieuwe boeken uitgekomen. Een recordaantal! Die boeken nemen we natuurlijk mee op deze laatste rondreis. Op 21 augustus, de dag van mijn 66e verjaardag, gaat mijn pensioen in, of zoals dat officieel heet: mijn emeritaat. Vanaf die datum ben ik ‘uitgediend’ (maar niet heus). Daarna gaat LITINDO wel verder, maar niet langer in Nederland. De Free Reformed Church van Mundijong in Australië neemt in september het project over en gaat ermee verder.



Onze reis gaat zeven weken duren. Eerst blijven we een week in Jakarta voor ontmoeting en overleg met onze uitgevers daar en voor presentaties op enkele theologische hogescholen en in een paar kerken (er zijn al afspraken gemaakt). En intussen hebben we, hoop ik, ook tijd genoeg om samen herinneringen op te halen aan onze tijd in Jakarta (2000-2003). Daarna reizen we door naar Surabaya voor een bezoek aan nog een uitgever. Drie van de nieuwe boeken komen van deze uitgever.



Op Bali houden we een dag of wat vakantie. We logeren op het adres waar we al sinds 1982 komen. Daarna gaan we de drie regio’s van onze zusterkerken bezoeken. Eerst vliegen we naar Savoe en Soemba. Ik ben daar vorig jaar net nog geweest, maar Atsje zou daar ook graag nog een keer naar toe gaan. Op Savoe logeren we bij de jonge ds. Windi Kurung en zijn gezin. Hij is – en dat is het vermelden waard – de eerste theoloog van onze zusterkerken die een boek geschreven heeft: ik ga met hem overleggen over het vervolgtraject, zodat dit boek binnenkort kan worden uitgegeven. Op Soemba hopen we het eerste LITINDO-literatuurcentrum te zien dat daar net door LITINDO Australië is geopend: een studiezaal annex bibliotheek en boekwinkel. Als deze formule aanslaat, willen ze ook zulke centra openen bij de kerken op Papoea en Kalimantan Barat. In ieder geval, een mooi initiatief.



Dan reizen we door naar Papoea. We blijven eerst een paar dagen aan de kust, in Sentani. Maar ons hoofddoel is natuurlijk het binnenland: Kouh, de vroegere hoofdpost van de Groninger zending. Daar werd op 10 augustus 1958 voor de eerste keer het Evangelie over redding door Christus aan de mensen verteld. Dit jaar is dat 60 jaar geleden. Juist op die dag willen wij graag in Kouh zijn om het jubileum mee te vieren en om de kerk daar het eerste exemplaar aan te bieden van de gereviseerde herdruk van Elly Nieboers befaamde Rode Boekje, een van die vijf pas uitgekomen nieuwe boeken. Dat boek – 365 bijbelvertellingen in het Indonesisch zoals de Papoea ’s dat spreken – is een begrip, en Elly Nieboer, alias Ibu Guru, niet minder. Kouh is ook de plek waar wijzelf in 1981 begonnen zijn. Daar werden toen net voor het eerst ouderlingen aangesteld. Daarmee werd de gemeente officieel zelfstandig. Aan mij de taak om hen daarin nog een tijdje te coachen. Aan Kouh bewaren we goede herinneringen. Atsje en ik hadden daar allebei onze eigen specifieke werkzaamheden, in de gemeente, in het dorp, en voor de zending in het algemeen: Atsje deed de administratie, en regelde het radioverkeer en de vliegerij van de MAF, en ik deed de gemeente van Kouh en Tirop en ging soms naar Boma om les te geven aan de Bijbelschool.



Twee jaar lang hebben we in Kouh gewoond en gewerkt, om daarna te verhuizen naar Yaniruma – aan de grens van het Korowai-gebied – en drie jaar later naar Boma waar de theologische opleiding was gevestigd. In die tijd hadden we maar weinig te zoeken in het hoofdzakelijk Rooms-katholieke Tanah Merah en Merauke in het zuiden. Nu zijn dat grote steden geworden, waarheen ook veel kerkleden zijn verhuisd voor werk of studie. Dus gaan we ook enkele dagen in Tanah Merah rond­kijken en misschien nog naar Merauke. Maar als we nog een uitstapje naar Boma kunnen maken, kiezen we daarvoor. Per slot van rekening hebben we daar ook zes jaar gewoond. Vanuit Kouh kun je daar tegenwoordig met een jeep of motor in een uur of drie naar toe rijden. Wie weet.



Van Papoea vliegen we in één dag via Jakarta naar Kalimantan Barat (West-Borneo). In Bengkayang, het ‘Kampen’ van onze zusterkerken daar, krijg ik het nog wel even flink druk. Niet alleen met boekpresentaties, maar ook met preken, lesgeven aan de theologische school en cursus geven aan de voorgangers. Dat laatste ‘evenemant’ staat gepland te gebeuren op mijn verjaardag: ik kan op mijn eerste pensioendag dus niet de handen in de schoot en de benen op tafel leggen, maar vier die dag samen met de collega’s van de kerken op KalBar, vast onder het genot van een beste discussie (want dat kunnen ze daar). Daar hopen we ook Marianus en Mariam met hun – intussen al grote – kinderen Willy, Jessica en Jeunessa weer te zien. En als we de kans krijgen, willen we ook Mila graag bezoeken. Vorig jaar is haar man, Naftali Arung, overleden. Ook zij zijn geregeld in Onnen geweest. Mila woont nu met de kinderen bij haar familie in Sintang, een uur of acht rijden vanuit Bengkayang. Nogal een afstand, maar we zullen zien. Ook aan KalBar bewaren we goede herinneringen. In onze Jakarta-jaren zijn we er meer dan eens geweest voor een korte vakantie. Nou ja, vakantie. Ze weten je daar altijd wel te vinden voor een of ander klusje. En dat vinden we allebei wel mooi ook.



Tenslotte gaan we terug naar Jakarta voor de laatste dingen daar. Als er tijd is, gaan we nog maar een paar dagen uitpuffen in Salatiga op Midden-Java, bij vrienden van de GKJTU-kerk daar. Op de helling van de vulkaan Merbabu is het een stuk koeler dan in Jakarta. Daar kunnen we ons dan nog even ontspannen, zodat we op 1 september niet al te afgepeigerd in Onnen terugkomen.



We hopen op een mooie afscheidsreis. Natuurlijk alles en altijd onder het bekende voorbehoud: als God wil. We bidden dat hij ons onderweg elke dag wil beschermen, en dat hij ook goed blijft zorgen voor de lieve mensen die hier blijven, onze kinderen Wemke en Jos, onze moeders-op-leeftijd en verdere familie en vrienden, en ook de hele gemeente van Onnen. Het is zoals we vaak tegen elkaar zeggen: “Ga met God en Hij zal met je zijn!”



Een mooie vakantietijd gewenst. En tot weerziens in september.

Henk & Atsje




Hier begon het mee: een Bijbel, een liedboek en het Rode Boekje. Dat was de complete bibliotheek van een evangelist op Papoea. Het was in zekere zin de aanleiding voor de start van LITINDO in 1991: zorgen voor goed studiemateriaal voor de evangelisten en dominees in Indonesië. Want mensen gaan, maar boeken blijven. Wat een zegen: er zijn in al die jaren van LITINDO (1991-2018) meer dan 50 boeken geproduceerd. Maar eerlijk waar, het Rode Boekje van Elly Nieboer is nog altijd een topper.






zondag 20 mei 2012

Werkreis 2012 is begonnen

Na een vlotte reis met de KLM sta ik weer op Indonesische bodem. Ik kan er niet bij dat het alweer een jaar geleden is dat ik hier was. Na al die jaren verloopt de aankomst in Jakarta haast automatisch. Alsof je dit wekelijks doet: als je de slurf uitkomt, naar beneden door de rood betegelde gang; dan richting immigratie voor een stempel in het paspoort en op de aankomstkaart (die bij vertrek weer moet worden ingeleverd!); naar de bagageband voor de koffer en dan via de groene zone van de douane (niets aan te geven) naar buiten. Daar word je meteen belaagd door een horde taxichauffeurs, maar je wimpelt ze allemaal vriendelijk af. Frans, de chauffeur van het gastenhuis van PGI (Wisma PGI), staat immers op je te wachten. Zoals afgesproken. Maar … waar is Frans? Hij is er niet. Ik loop nog een keer langs de rij mensen, die al of niet met een naambordje staan te zwaaien. Nee, geen Frans. Maar wel Yusup Lifire! Hij belde me al op, toen ik onderweg was van immigratie naar de bagageband. Hij is op de luchthaven. Ik kan met hem mee, als er niemand anders is om mij af te halen. Daarvan maak ik nu dankbaar gebruik. Hij is met de auto van de school. Onderweg praten we bij en maken we plannen. En zo zit ik al snel op mijn kamer in Wisma PGI. Dick Mak zit hier ook. We hebben meteen even contact. Frans is wel naar het vliegveld gegaan, zo blijkt, maar we hebben elkaar gemist. Dat raadsel wacht nog op opheldering. In het vliegtuig heb ik wel een paar uur geslapen, maar dat was niet meer dan tidur ayam (kippenslaapje oftewel dommelen). Nu slaap ik een gat in de zondag. Het is te laat om naar de kerk van Tong te gaan (7 uur). En ook voor de Pauluskerk hier vlakbij ben ik al te laat (8 uur). Maar ik kan nog wel mooi naar de Nederlandse dienst in de Immanuelkerk (10 uur). Het groepje kerkgangers wordt steeds kleiner, niet meer dan 20, bijna allemaal goede bekenden van de tijd dat wij in Jakarta woonden. In de dienst gaat ds Binsar Pakpahan voor (docent aan de STT Jakarta, eind vorig jaar gepromoveerd aan de VU). Daarna is het ngopi ngobrol (koffiedrinken en praten) op de veranda achter de kerk. Tegen twaalven ben ik weer op mijn kamer en heb verder een heerlijk rustige zondag. Het heeft toch wel voordelen om op zaterdag aan te komen in plaats van op maandag of dinsdag. De eerste week, hier in Jakarta, zit al volgeboekt aan activiteiten. Morgen, maandag, word ik verwacht bij de uitgeverij van de meeste LITINDO-boeken, Bina Kasih. Met de directeur en het personeel heeft LITINDO in de loop van de jaren een hechte relatie opgebouwd. Ook hoop ik morgen – of op een andere dag – een bezoek te brengen aan de andere uitgeverijen/boekwinkels van onze boeken, BPK Gunung Mulia en Momentum. Dinsdag ga ik voor een seminar naar de STT Paulus, ergens ten zuiden van Jakarta. Yusup werkt nu aan deze opleiding (ook Ninik en haar man Yohanes). Na het seminar ga ik met hem mee naar huis. Woensdag plan ik naar SETIA te gaan. En donderdag is er een seminar op de STT Arrabona, ook ten zuiden van Jakarta. Aan deze opleiding werken Marianus en enkele andere ex-docenten van SETIA. Na dit seminar ga ik met Marianus naar huis. Hij en Mariam zijn net die dag 10 jaar getrouwd. Vrijdag vertrek ik ‘s avonds naar Papua. Papua is dus het volgende reisdoel. Na enkele dagen Sentani/Waena reis ik door naar Wamena en naar mijn vroegere woonplaatsen Boma en Kouh. Of het allemaal lukt en in welke volgorde is nog niet duidelijk. Papua vraagt altijd om een grote flexibiliteit. We zullen zien. Half juni vertrek ik weer van Papua. Ik kom terug in Jakarta, maar reis meteen door naar Salatiga op Midden-Java. Daar blijf ik een dag of tien, voor enkele studiedagen in Kampoeng Percik (een studiecentrum mbt – kort gezegd – kerk en cultuur) en een cursus aan de voorgangers van de GKJTU-kerken. Op 22 juni hoop ik weer terug te zijn in Jakarta voor enkele dagen van afrondende werkzaamheden en een seminar op SETIA. Op 27 juni komen vrouw Atsje en zoon Jos in Jakarta aan en hopen we samen te genieten van een paar weken vakantie. De terugreis naar Nederland staat geboekt voor half juli. Dat de reis weer net zo effectief mag zijn als in andere jaren. Waar je ook komt in Indonesië, de boeken van LITINDO vinden een enthousiast onthaal. Mooi om zo bezig te mogen zijn voor het Koninkrijk van God.

zondag 19 juni 2011

Geen stoffige boeken

Opnieuw is een LITINDO-boek uitgekomen: Kehendak-Mu Jadi!, de vertaling van H. Westerinks boek over het bidden, Roep Mij aan! Pas enkele weken geleden kwam de vertaling van C. van den Bergs verklaring op Handelingen - Proces om de volken - uit, onder de titel Sungguh Merekalah Umat-Ku!. Weer twee LITINDO-boeken. Hopelijk gaan ze net zo goed lopen als de andere boeken. Vergeleken met een jaar of tien geleden, toen er zoveel mogelijk letters op elke pagina werden gedrukt om het boek maar zo goedkoop mogelijk te maken, wordt nu veel meer aandacht besteed aan het uiterlijk van de boeken. En nog blijft de verkoopprijs mn van de door Bina Kasih uitgegeven boeken laag in vergelijking met die van andere uitgevers.
 
De LITINDO-boeken lijden bepaald geen stoffig bestaan. Hoewel ... In Mamasa hoef ik vanuit het gastenhuis de weg maar over te steken en ik kom op het terrein van het Kantoor van de Gereja Toraja Mamasa. Aan de rand van het terrein, met een aparte toegang vanaf de straat, staan twee winkels, waarvan één een Toko Buku (boekwinkel). Natuurlijk loop ik daar eens even binnen. Netzomin als iemand bijvoorbeeld een stoffenwinkel niet voorbij kan lopen, kan ik maar moeilijk de verleiding van boekwinkels weerstaan ('t is natuurlijk de vraag of dat wel een verleiding is, in ieder geval niet van Satan ... sorry, ik zit nog steeds in het hoofdonderwerp van mijn werkreis: Jezus is Satan de baas). Er zijn een paar klanten in de winkel, onder wie de domina van zondagmorgen. Op een tafel liggen bijbels en liedbundels. En verder? Ik kijk rond en constateer al gauw dat 10% van de aanwezige titels LITINDO-boeken zijn. Wauw! Kom daar bij de boekwinkel van BPK in Jakarta eens om. Daar kom je waarschijnlijk niet eens op 1%. Nou ja, laat ik eerlijk zijn, het totale aantal voorradige titels bedraagt niet meer dan 30, het aantal LITINDO-titels dus 3. Dan liggen er bij BPK toch weer meer. Het is maar hoe je het bekijkt. En verder zitten al die boeken dik onder het stof. Elke keer wanneer er een auto voorbij komt, waait er weer een wolk stuifzand naar binnen door de open deur en de kapotte ramen. Een stel stoffige boeken in een overigens propvolle winkel. Want behalve die boeken heeft deze Toko Buku ook kantoorartikelen, schoenen, lampen en stekkers, en wat niet al te koop. Je moet toch ergens van rondkomen.
 
Op de STT Mamasa ziet het er in de bibliotheek een stuk beter uit. Ze hebben nog lang niet het aantal boeken dat voldoet aan de criteria voor overheidserkenning van de opleiding. Maar de boeken staan keurig ingedeeld in kasten in een schone, goed af te sluiten ruimte. En de studenten willen ook best boeken kopen. Ik ga met een forse bestelling (en het geld ervoor) terug naar Jakarta. Zo helpen zij voorkomen dat de LITINDO-boeken in het magazijn van Uitgeverij Bina Kasih onder een laag stof verdwijnen. En niet alleen zij. Ook op de drie presentaties die ik intussen in Jakarta heb gegeven, georganiseerd door Bina Kasih, is voor miljoenen Rupiahs aan boeken verkocht. Nee, stoffig zijn de LITINDO-boeken bepaald niet.

vrijdag 17 juni 2011

Vertrouwd in het verre Mamasa

The road to Mamasa is pure hell, but at the end you arrive in paradise.

 

In Mamasa, op West-Celebes, zit je echt aan "de einden van de aarde." In Cen­traal- en Zuid-Papua is dat trouwens niet anders. De zendingen van de zogeheten Gereformeerde gezindte hebben Christus' zendingsbevel, kun je wel zeggen, letterlijk uitgevoerd (al zitten ze dichtbij huis ook echt niet stil). Je vraagt je alleen af, hoe zijn ze hier ooit terechtgekomen? Daar zit in de meeste gevallen een heel verhaal achter, dat vaak ook wel ergens beschreven is. Interessant om te lezen langs welke – soms haast onbegaanbare – wegen God deuren opent voor het Evangelie.

 

Terug naar Mamasa. Nou, laat ik eerst maar eens proberen om er te komen. Van Jakarta vlieg ik in ruim twee uur naar Makassar. De volgende dag gaat de reis per auto verder. Eerst een rit van vijf uur langs de westkust naar het Noorden, naar Polewali, waarbij de eerste twee uur aan de weg wordt gewerkt (alvast een voorproefje op het vervolg?). En dan verder naar het Noorden, niet langer langs de kust maar het berg­achtige binnenland in over een smalle, stijgende en steeds slechter wordende weg. Ook de tocht  van Polewali naar Mamasa (90 km) duurt zo'n vijf uur. Tijdens een stop halver­wege bij een 'wegrestaurant' – waar de taaie poot van een kampong­kip met minstens 1.000 vlieg­uren er best ingaat – bereidt een van de vriendelijke, praat­grage mensen me voor op wat me nog te wachten staat: "Al eerder in Mamasa geweest, Mister? Nee? Nou, over een kilometer of tien begint het pas. Dan leer je echt dansen." Met andere woorden: het ergste komt nog. Terwijl we al heel wat hebben gehad aan half opgeruimde aardverschuivingen (als de auto's er maar weer langs kunnen, toch?) en in de gapende afgrond verdwenen stukken asfalt. Bij het ver­trek krijg ik de welgemeende wens mee: "Tuhan memberkati!" (Moge de Heer je zegenen!). Kijk, dat klinkt vertrouwd. Daarmee kom je thuis. Het vervolg van de barre tocht valt me niet eens tegen. Laat de weg zelf pure hell zijn, de uitzichten onderweg zijn vaak indrukwekkend mooi. En overal wonen en werken mensen, langs de weg en op de hellingen. In de dorpen is de weg versmald omdat er overal kleden liggen met daarop rijst, mais, cacao- en koffiebonen. Die liggen in de zon te drogen. Hier wordt geleefd. En hoe ze hier leven, wordt wel duidelijk uit de vele kerkjes (met een haantje op de toren): ze kennen hier God en zijn Zoon, Jezus Christus.

 

Maar dan kom ik tegen de avond Mamasa binnen, in een door bergen omzoomde vallei, met wegen van beton. Het laatste stukje van de urenlange rit zoeven we over de weg. Ik word hartelijk verwel­komd in het gastenhuis van de Gereja Toraja Mamasa (GTM), op een rustig plekje aan de oever van de altijd bruisende rivier de Mamasa. En als ik de dagen daarna rondloop in het stadje en op de Theologische Hogeschool van de GTM mijn LITINDO- programma uitvoer, valt het me op hoe vrien­delijk de mensen hier zijn. Iedereen, van oud tot jong, groet me en wil best een praatje maken.  Wanneer ik in de omgeving wandel, word ik uit­genodigd om binnen te komen en even uit te rusten. Ze vertellen me over hun leven hier, over hun werk, over de kerk waar ze bij horen (alleen al in Mamasa-stad heeft de GTM vijf grote kerkgebouwen). En ja, van hun christen zijn krijg ik ook bepaald een positieve indruk. Tijdens een huis­eredienst die ik min of meer toevallig bijwoon gaat de bespreking van het bijbelgedeelte niet alleen inhoudelijk diep, maar ook in praktische zin: wat leren wij uit de bijbel voor ons eigen leven hier in Mamasa. Natuurlijk, ook hier zijn christenen die niet echt actief zijn, die de kerk­diensten te lang vinden duren en die zich bij kerkelijke activiteiten drukken. Mamasa is zeker geen paradijs. Maar ik voel me hier wel meteen vertrouwd. Om het aangename klimaat, om de prachtige omgeving, maar vooral om de mensen. Het is alsof ik gewoon in Onnen ben. Thuis dus.

 

Volgens zeggen betekent de naam Mamasa (of Mamase): goed zijn voor iemand. Dat geldt zeker voor de rivier Mamasa die door de vallei stroomt en de hele regio grote vruchtbaarheid en gulle opbreng­sten geeft. Maar het geldt ook voor de mensen die hier leven. Dat maak ik op uit de verhalen die ik hoor over vroeger en nu. Maar ik ervaar het ook zelf. "Tuhan memberkati!" Moge de Heer hen (blijven) zegenen. Ik kom hier graag nog eens terug. Daarom neem ik afscheid met een "Tot ziens, Deo volente."

 

Herinnering          

De lange reis van Makassar naar Mamasa roept bij mij herinneringen wakker aan mijn tijd in Papoea (Irian Jaya). Vanuit de kerk van Kouh aan de brede rivier de Digoel had ik ook de zorg voor de kleine gemeente in Tirop aan de bovenloop van de rivier de Moeroep. Niet voor niets heette dat dorp in de volksmond ook Desa Ujung (dorp aan het uiteinde). Je kon er met de boot-met-aanhangmotor alleen komen, als het water extreem hoog was (banjir besar). Van Kouh tot aan de monding van de Moeroep deed je er dan één tot anderhalf uur over, vandaar naar Tirop zeker vier uur. De mensen in Tirop hoorden de ronkende boot al van ver aankomen. Bij aankomst stond de oever dan ook zwart van de mensen. Het hele dorp ontving je. Je was geen moment alleen. Als je een paar dagen later door diezelfde mensen werd uitgezwaaid, omdat je weer terug moest, was het water alweer gezakt tot normaal peil en deed je er, ook al ging je stroomafwaarts, een hele dag over om weer in Kouh te komen. Al die boomwortels, die ondiepten, die versperringen. Je moest de boot er doorheen trekken of ruimte openkappen. Vreselijk. De eerste keer zat ik me op te vreten, weet ik nog: ik had er op gerekend om rond de middag thuis te zijn, dan kon ik nog van alles doen. Tot ik besefte: Stomme Nederlander die ik ben. We moeten altijd iets doen. Waar ben ik eigenlijk mee bezig. Geniet toch van deze over­weldigende natuur. Dit is uniek. Zeker geen hel en ook geen paradijs. Maar wel paradijselijk.

dinsdag 31 mei 2011

Jezus is Satan en zijn boze geesten de baas

De lessen op de Akademi Teologi Reformed in Bengkayang (Kalimantan Barat) beginnen 's morgens om half acht. Maar om zeven uur zie ik de eerste studenten al aankomen. En om kwart over zeven hoor ik ze al zingen. Natuurlijk zijn er altijd een paar laatkomers, maar zo beginnen ze zelf al met de dagopening. Iedere morgen lezen ze een hoofdstuk uit de bijbel, momenteel uit Exodus, bidden ze en zingen enkele liederen. De zeven studenten (2v/5m) hebben bij toer­beurt de leiding. Daarna beginnen de lessen. Het is even wennen aan elkaar, maar de juiste sfeer wordt al gauw gevonden. Het is pret­tig lesgeven aan deze studenten. Er wordt vaak op mijn uitleg gereageerd met opmerkingen en vragen. Zo kan ik gemakkelijk checken of de boodschap overkomt. Tijdens de pauzes maken de meesten graag een praatje, in het leslokaal of onder de koffie bij Sutam in de keuken.

 

Het onderwerp van zowel de lessen op de ATR als van het seminar later in de week is 'de onzichtbare wereld', onder­deel C van het hoofdstuk in de te publiceren Dogma­tik Reformed Ringkas (DDR) over schepping en voorzienigheid. God heeft behalve de zichtbare wereld ook de engelen geschapen, onzichtbare gees­ten van wie een deel in opstand is gekomen. Over die ge­vallen engelen, Satan en zijn boze geesten, gaat het nu vooral. Nader gespecificeerd: over Jezus' overwinning op hen. Hij, de Zoon van God, is hen de baas.

 

Op de ATR behandel ik dit thema vooral exegetisch. Ik gebruik daarbij mijn handleiding Kitab Suci – Untuk Kita! om de studenten systematisch te leren werken. Verder intro­duceer ik drie door LITINDO uitgegeven bijbel­verklaringen: Markus. Injil menurut Petrus (op Marcus), Sungguh Merekalah Umat-Ku (op Handelingen) en Aku Datang Segera (op Openbaring).  Tijdens deze lessen hebben we het niet uitgebreid over hoe je als christen vandaag stand­houdt tegen de verzoekingen van Satan en wat je moet doen wanneer zich duivelse bezetenheid voordoet. Dat komt later op het seminar uitgebreid aan de orde, aan de hand van recente ervaringen op de christelijke SMP (mavo) ter plaatse.

 

Het is van belang, concluderen we, om in te zien dat het bij gevallen van bezetenheid om incidentele excessen gaat, buitengewone voor­vallen die Satan juist gebruikt om de aandacht van zijn 'gewone', 'alledaagse' verzoekingen af te leiden. In feite kun je toch zeggen dat elke zondaar onder invloed van de duivel is, of zelfs in zijn greep. Door concentratie op excessen kun je dat gemakkelijk vergeten en de ogen sluiten voor de stiekeme verleidingen van Satan. Niet alleen bezetenen (in de specifieke betekenis van het woord) maar iedereen moet door Christus worden gered. En vervolgens: als je je geloofsrelatie en communicatie met God via Woord en gebed continu onderhoudt, geef je Satan geen kans en hoef je voor hem ook echt niet bang te zijn. Je beschikt over de juiste wapens: geloof, Woord en gebed. Per slot van rekening zijn ook wij in Christus overwinnaars en daarom niet te verslaan.

 

Het blijkt een gewild onderwerp te zijn, zowel tijdens de lessen als op het seminar. En ook in de gesprekken daarna. Ietwat grof gezegd: het stikt op KalBar van de geesten. De mensen worden erdoor beheerst. Wat wil je ook in een animistische omgeving waarin totaal alles bezield is. Hun angst geldt trouwens meestal de geesten van voorouder, terwijl ze juist daar­voor nu net niet bang hoeven te zijn, want volgens de bijbel zijn die na hun dood niet meer op aarde en kunnen zij de levenden dus ook niet dwarszitten. Maar de duivel houdt via de dukun, de lokale tovenaar cq medicijnman, de mensen natuurlijk graag in zijn greep, rechtstreeks of via zijn boze geesten of menselijke fans.

 

Het is dus nog altijd oorlog, met als inzet de wereld, ook al gaat het tegen een al verslagen vijand. Koning Christus roept ons allemaal onder de wapens. De door Paulus aangeraden geestelijke wapenrusting hebben we echt nodig. Maar, nogmaals, de overwinning is al behaald. De Heiland van de wereld heeft de overste van de wereld al definitief verslagen. Het gaat nu alleen nog om de afronding. Dat is toch een geruststelling. Ook al is de strijd best zwaar.

donderdag 19 mei 2011

JAKARTA! JAKARTA!

2011 01 – 19 mei 2011

Zo luidt de titel van een boek over Jakarta van, ik meen, Dirk Vlasblom (die ook een dikke pil over Papoea heeft geschreven). Jakarta is een vreselijke stad: chaotisch, vastgelopen, vies, heet enz enz. Je wilt er zo snel mogelijk weer vandaan. Of er helemaal niet zijn. Maar tegelijk is het een heerlijke stad om in rond te dwalen. Overal kom je weer andere mensen tegen. Overal wordt volop geleefd. Overal sta je versteld van de vindingrijkheid van de mensen. Jakarta heeft toch zijn bekoring. Ik kom er graag elk jaar terug. Ook nu weer. Ik heb het gevoel dat ik niet weggeweest ben. Zo vertrouwd is alles om me heen.

Maar intussen zit ik hier al een week en heb al heel wat gedaan:
• Twee boekpresentaties gehouden, een op het Seminari Bethel en een op SETIA, waarbij Uitgeverij Bina Kasih veel boeken heeft verkocht met voor de studenten aardige kortingen.
• Een seminar gegeven over het nieuwe LITINDO-boek Sungguh Merekalah Umat-Ku ([ook] Zij zijn echt mijn volk, de vertaling van Proces om de volken; de Nederlandse titel is verwerkt in de subtitel van het boek); er staan nog twee andere boeken op uitkomen: Kehendak-Mu Jadi! (Laat Uw wil gebeuren!, de vertaling van Roep Mij aan!) en – in de Seri Pembinaan Jemaat (Serie Gemeentetoerusting) – het boek Jemaat yang Mengenal Kitab-Kitab (De gemeente die de Schriften kent, eerder intern uitgekomen onder de titel Kanonik Reformasi).
• Een paar workshops vertalen / editen gedaan en bijgewoond: bij Bina Kasih de wekelijkse Bengkel Editorial bijgewoond, samen met Mariam Waang; en samen met Mariam een stuk van haar vertaalwerk doorgenomen.
• Ook, in het weekend, een aantal vrienden bezocht: de families Waang, Lifire en Koens.
• En last but not least, ik ben met de twee KalBar-broeders Andreas Bantan en Rivhan Sabuna naar de Nederlandse Ambassade geweest om hun visumaanvraag zo mogelijk te bespoedigen, maar helaas, ze moeten gewoon wachten tot 24 mei. En dat terwijl de IRTT-cursus (die heet nu trouwens anders) vandaag begonnen is. Dat is de enige klus tot nu toe die me mislukt is. Jammer.

Gisteren heb ik mij naar de boekwinkel van BPK laten vervoeren in een bajaj, zo’n knetterende en rokende bromtaxi op drie wielen. De chauffeur was een praatgrage oudere man (net als ikzelf, geloof ik), een forse kerel met zo’n gehaakt mutsje op en daaronder een paar twinkelende ogen. Hij moest natuurlijk goed op het verkeer letten, maar bij elk stoplicht zat hij zowat achterstevoren op zijn bankje: “Jij spreekt goed Indonesisch. Hoe komt dat?” (1e stoplicht), “Wat trekt je nu zo, dat je hier elk jaar terugkomt?” (2e stoplicht), “Hoe zit het in Nederland met de seizoenen? En kunnen arme mensen in de winter wel de verwarming betalen (hier hebben ze geen AC)?” (3e stoplicht). We pauzeren even bij een ATM: ik moet wat geld uit de muur trekken. Ik vraag hem of hij mij zo ook weer terug wil brengen, want ik hoef bij BPK alleen maar een stel boeken voor SETIA te regelen. Dat wil hij best. Bij BPK parkeert hij zijn voertuig keurig tussen de auto’s en wacht. Als ik even later weer naar buiten kom, houdt hij glunderend het deurtje voor me open. En daar gaan we weer. Hij zet me keurig voor de deur af. Ik betaal hem en wens hem het beste. Misschien tot ziens. Jammer dat ik geen foto van hem gemaakt heb.

Ja, het is goed om weer in Jakarta te zijn. Maar ik ga vrijdag met net zoveel genoegen naar Kalimantan Barat om daar de vrienden van de GGRI (Bengkayang) en SETIA (Ngabang) te ontmoeten en elkaar te stimuleren tot het mooie werk dat we voor Koning Christus mogen doen.

maandag 21 juni 2010

Samen aan het werk

Het vliegtuig landde al om vijf voor vijf, twintig minuten te vroeg. Geweldig. Voor Nederlanders is tijd geen elastiek. Beter te vroeg dan op tijd, nietwaar? Dat maakt ook de KLM waar. Trouwens ook de Indonesische Garuda volgt daarin steeds meer. Bij de vlucht van Kupang naar Jakarta taxieden we bijna een kwartier vòòr de officiële vertrektijd al naar de startbaan.

 

Nu was het wachten op Anita, een van de passagiers. De eersten - te zien aan de gele See, Buy, Fly-tassen - kwamen al gauw tevoorschijn. Maar het duurde nog tot kwart voor zes voor Anita door de douanesluis naar buiten kwam. Ze moest eerst een visum kopen. Maar ze had een vlotte reis gehad en nu veel zin om deze week met mij mee te lopen in het LITINDO- en SETIA-gebeuren. Speciaal daarvoor kwam ze naar Jakarta. Nu, een volle concept-agenda lag al klaar en allerlei afspraken waren alvast gemaakt. Natuurlijk zou ze, als de gelegenheid ervoor was, ook wel graag wat van de omgeving willen zien: kampongs, sawahs. En ook dat was al geregeld.

 

Anita gaat in het zendingsdeputaatschap over de PR, de informatievoorziening aan de 11 GKv in de Classis Groningen. In de auto naar Wisma PGI vertelt ze enthousiast over de laatste activiteiten waaraan ze samen met Henriëtte deelgenomen heeft: de DVN-dag in Bunschoten-Spakenburg op 2e Pinksterdag, de zendingszondag in de GKv Bedum een week later en de voorlichting over LITINDO aan de kinderen van de GBS daar. Door de foto's, verslagen en gesprekken weet ze heel veel van het werk. Maar het is goed om het zelf ook eens mee te maken, al is het maar voor een week. En om er een aantal dagen helemaal in ondergedompeld te worden. Jammer natuurlijk dat ze geen Indonesisch spreekt, maar met Engels kom je ook een heel eind. En er is steeds een tolk bij de hand.

 

Ze moet zelf haar indrukken maar vertellen. Maar ik denk wel dat zij volledig aan haar trekken is gekomen. We hebben op één dag alle locaties van SETIA bezocht: Kalimalang, Daan Mogot en Kalideres. En later ook nog de ivm vakantie gesloten ruko's van de M.Div in Kota Wisata, Cibubur (zuidelijk van Jakarta). We zijn ook bij de families Lifire – bij wie net baby Yoel Chrysostomus was geboren – en Waang te gast geweest. We hebben overleg gevoerd bij uitgeverij Bina Kasih en hebben rondgeneusd in de boekwinkels van BPK en Momentum (quiz: zoek de LITINDO-boeken). We hebben ook nog een dagje relaxed gedaan. Tenminste … Lekker gewandeld in de theetuinen op de Puncak en jagung bakar (geroosterde mais) gegeten. Maar over de terugweg hebben we vijf uur gedaan. Het is macet total: een enorme file, waardoor we pas om negen uur 's avonds terug waren. Toch hebben we de tijd in de auto nuttig besteed. Anita heeft aan de hand van reclameborden en opschriften een aardig mondje Indonesisch leren spreken.

 

De meeste tijd ging echter heen met overlegvoeren over de gang van zaken op SETIA die momenteel veel problemen kent. Het gaat hierbij over de structuur van SETIA, de wijze van leidinggeven, de omgang tussen leiding en staf/docenten. De vrijdag en zelfs de zondag stonden voor een groot deel in het teken daarvan. Een aantal van de gesprekken werd in het Engels gevoerd, zodat Anita meteen kon meedoen. Wanneer er in het Indonesisch werd gesproken, moest er uiteraard steeds vertaald worden. Hopelijk hebben deze gesprekken een positieve uitwerking. In ieder geval, Anita staat haar vrouwtje. Ik heb het als heel prettig ervaren dat ik deze gesprekken niet in mijn eentje hoefde te voeren, maar dat Anita actief meedeed. We konden ook steeds samen napraten en lijnen uitzetten.

 

We gaan vandaag terug naar Nederland en laten hier heel wat achter. We bidden om Gods blijvende zegen voor LITINDO en vooral ook voor SETIA.

dinsdag 15 juni 2010

Yoel Chrysostomus Lifire


Vorige week maandag, 7 juni 2010, kregen Yusup en Warni Lifire een vierde kind: Yoel Chrysostomus. De geboorte verliep niet zonder problemen. De navelstreng zat om de hals gewikkeld waardoor het kind bij de geboorte dreigde te stikken. De dokter heeft de navelstreng doorgeknipt zodra het hoofdje tevoorschijn kwam. Daarna verliep de geboorte verder zonder problemen. Het duurde even voor Yoel geluid gaf, maar Goddank, alles is goed met hem: een prachtige, gezonde zoon. Hij heeft alleen nog - tijdelijk - een korstje op zijn rug. Door de weinige ruimte heeft de dokter hem ook een beetje in zijn rug geknipt. Moeder en zoon maken het goed. Vader Yusup is trots. En Daniel, Christi en Joshua zijn blij met hun broertje. Hij draagt een mooie naam, een getuigenis: De HEER is God. We wensen hem de betekenis van zijn tweede naam toe: een gouden mond.

zondag 13 juni 2010

Doe mij maar de GKJTU


Van maandag tot zaterdag (7-12 juni) ben ik in de stad Salatiga geweest voor een bezoek aan de Christelijke Kerk van Noord-Midden-Java, de GKJTU (Gereja Kristen Jawa Tengah Utara). De vliegreis van Jakarta naar Semarang duurt nog geen uur en de autorit vandaar naar Salatiga ruim een uur. Ik was nog nooit in deze regio geweest. Een nieuwe ervaring dus.

 

De GKJTU is een orthodoxe kerkgemeenschap van zo'n 20.000 leden. De gemeenten zijn over het algemeen klein, maar heel actief. Vanuit het synodekantoor worden allerlei activiteiten ontplooid en aangestuurd, al of niet in samenwerking met een buitenlandse partner, zoals de GZB, de HGJB en Tear, en de UEM (Wuppertal). Vanuit de GKJTU worden landbouwprojecten georganiseerd, er draait een voorlichtingsprogramma inzake HIV/Aids en een programma om de gastvrijheid (keramahtamahan) nieuw leven in te blazen. Vanuit de UEM is Christian Gossweiler werkzaam in de GKJTU, en vanuit de GZB gaat Christiaan Visscher er binnenkort aan het werk. Voor LITINDO is de GKJTU vooral interessant vanwege de Aanvulling die deze kerken hebben gemaakt op de Heidelbergse Catechismus, de Pelengkap Katekismus Heidelberg, waarin – in vraag/antwoordvorm – wordt ingegaan op het leven als christen in de lokale cultuur en godsdienstige verscheidenheid, maar ook in de moderne wereld met z'n economische en technologische ontwikkelingen. Een gereformeerde geloofsbelijdenis die ingaat op het dagelijkse leven van de belijdende gemeente hier en nu.

 

Een aantal van die projecten heb ik mogen bezoeken: het biologische landbouwproject in Cuntel op de helling van de – niet-actieve – vulkaan Merbabu, het koeien-microkrediet in Tayaman (gelinkt aan het vorig mbt biologische bemesting), en het biogasproject in Getasan (ook gekoppeld aan het vorige). Via deze projecten die stuk voor stuk passen in de lokale situatie wil men een christelijk getuigenis aan de bevolking geven over een verantwoord beheer van de schepping. Pesticiden en chemicaliën maken de grond kapot. De groenten zijn in feite ongezond voor de mens. En door het kappen van de bossen, oa voor brandhout, raakt de natuur uit balans. Dus: terug naar de natuur. God heeft de mens opgedragen de aarde te ontplooien, niet in de zin van vernielen en opmaken maar in de betekenis van volmaken (in dubbele zin). Het valt nog niet mee deze projecten te laten aanslaan, maar men is gemotiveerd om ermee door te gaan. Zo worden 2x per week in Salatiga in een kraampje gewoon aan de kant van de weg de biologische groenten verkocht.

 

Ik ben ook te gast geweest bij PERCIK (Persemayan Cinta Kemanusiaan, kweekplaats voor liefde voor de mensheid), een instantie waar men werkt aan de ontwikkeling van 'lokale theologie'. Men bestudeert er de lokale cultuur (een gastenhuis en uitgebreide bibliotheek zijn beschikbaar voor mensen die daar onderzoek willen doen). Wat is er van die cultuur te leren en hoe kan die in de kerk en in het christelijk leven gestalte krijgen? Best leerzaam voor het dogmatiekproject van LITINDO. Momenteel werken Jasper Slob en zijn vrouw (PKN/Kerkinactie) mee in dit project. Het is een project van de GKJ (Gereja Kristen Jawa), maar de GKJTU is erbij betrokken. Dat bleek ook duidelijk tijdens het seminar (zie hieronder) dat werd begonnen met een ibadah (eredienst) die inhoudelijk voluit gereformeerd was, maar in Javaanse setting. Echt heel mooi en indrukwekkend.

 

De bezoeken aan de diverse projecten leverden mij heel bruikbare gegevens voor het hoofdstuk over schepping en voorzienigheid in de door LITINDO uit te geven 'Beknopte gereformeerde dogmatiek in de Indonesische context'. Ik heb dus veel ontvangen. Ik heb ook wat mogen terugdoen. Op donderdag begon een driedaags seminar. De eerste dag hiervan heb ik mogen invullen, met 's morgens een inleiding in en discussieronde over 'ons leven hier en nu onder Gods voorzienigheid' en 's middags/'s avonds een uiteenzetting en verschillende vraag/antwoordrondes over de catechismusprediking. Het ging 's middags nog vrij algemeen over preekvoorbereiding en –presentatie (waarbij de predikers uiteraard de verantwoordelijkheid hebben om heel Gods Woord te verkondigen en dat zo duidelijk en praktisch mogelijk), maar 's avonds ging het echt over het houden van catechismuspreken (concreet HC 10 / Psalm 130). Veel aanwezigen kwamen tot de ontdekking – "we zijn bekeerd," zeiden ze zelf – dat de catechismus en haar aanvulling geen dorre dogmatische uiteenzettingen hoeft op te leveren, maar juist uitnodigt tot superpraktische geloofsadviezen aan de gemeente.

 

Terug in Semarang liet ds Juwarisman van de GKJTU van Zuid-Semarang mij het een en ander van deze oude stad zien. Hij had mij eerst vlakbij zijn huis ondergebracht in een hotel uit de Nederlandse tijd maar prachtig gerenoveerd. Op onze stadstoer kwamen we ook bij het Stadium Injil (Evangeliestadion) van de JKI (Jemaat Kristen di Indonesia) Injil Kerajaan (Christelijke gemeente in Indonesia, Evangelie van het Koninkrijk). Het gebouw dat op een grote sporthal lijkt biedt plaats aan 12.000 kerkgangers. De charismatische voorganger is ds Petrus Agung. Er wordt door deze Amerikaans aandoende megakerk veel sociaal werk gedaan, zoals medische zorg en tafeltje-dek-je-maaltijden voor armen, scholing van kleuterschool tot en met VWO en ook lectuurvoorziening en radioprogramma's. En dat allemaal gratis of voor een slechts symbolische vergoeding. Ze zoeken de mensen op in de dorpen tot ver in de omtrek. Veel van die mensen komen naar de kerk van JKI in Semarang. Ze worden daar niet geprest om zich te bekeren, maar wel opgewekt om Jezus in hun hart te ontvangen. In de praktijk laten na een paar jaar velen zich dopen. Een megakerk met veel uitstraling. Indrukwekkend. En toch veranderde mijn positief gestemde impressie langzaam in een gevoel van tegenzin, vooral toen me de slogan van deze JKI werd verteld: Win souls at any cost. Met andere woorden: ze kopen de mensen. Dan kun je vragen: op basis waarvan bekeren zij zich? Over rijstchristenen gesproken. Van samenwerking met andere kerken is geen sprake. Ze willen alles in eigen hand houden. De omliggende kerken worden juist langzaam maar zeker leeggezogen. Net zoals wanneer ergens een enorme supermarkt verrijst: de kleine buurtwinkels in de omgeving gaan failliet.

 

In vergelijking met die megakerk is de GKJTU niet meer dan een kaki lima (een rijdend restaurantje) aan de kant van de weg. Wat daar allemaal gebeurt, het is elke dag weer een pergumulan (worsteling) en het breekt hun nogal eens bij de handen af. Maar ze leven niet in onzekerheid. Ze zijn ervan overtuigd dat God met hen is. Ze prijzen God om zijn gratis verlossing. Dat is hun getuigenis naar de wereld om hen heen. Doe mij daarom maar de GKJTU! Een kerk om blij mee te zijn en een gastvrije relatie mee te hebben.

zondag 30 mei 2010

Zondag in Kupang

Vandaag is het zondag. Maar geen 'zalig nietsdoen' voor mij en in alle rust de kerkdiensten bijwonen, want ik ben uitgenodigd om voor te gaan, 's morgens in de eredienst van de GGRM (Gereja-Gereja Reformasi Musyafir, ds Eli Fangidae) in de Galileakerk en 's middags in de kerkdienst van de GGRI (Gereja-Gereja Reformasi di Indonesia, ds Madah Biha) in de wijk Bakunase/Labat. In beide kerken, die al sinds lang min of meer een zusterkerkrelatie met elkaar hebben (niet zonder ups and downs), heb ik al vaker gepreekt.

 

Ik heb in de voorbije dagen al weer heel wat beleefd aan activiteiten. Afgelopen woensdag ben ik in Kupang aangekomen. Donderdag heb ik mijn eerste lessen gegeven aan de STAK (Sekolah Teologi Agama Kristen) waarvan ds Edward Dethan de directeur is. Deze school heeft net een nieuwe campus betrokken in het heuvelland bij Noelbaki/Tilong (met een grandioos uitzicht over de baai waaraan Kupang ligt), een kilometer of 15 oostelijk van Kupang, richting So'e. Het secretariaat van de school is nog wel in Kupang, maar de studenten zitten nu op een veel geschiktere locatie dan in de drukte van de stad. Behalve de lessen die over het hetzelfde onderwerp gaan als in Waingapu – en ook hier stellen de ongeveer 60 studenten veel vragen – zijn er de gesprekken met Pak Edward en zijn collega's, Pak Dominggus die is opgeleid aan de STTJC op Bali en Pak Kris Nguru die destijds veel bij de Knigges over de vloer kwam.

 

Gisteren, zaterdag, heb ik opnieuw lesgegeven op de STAK. Op vrijdag niet, want toen werd er een seminar gehouden in de kerk van de GGRI in Bakunase over Gods voorzienigheid, "In tegenspoed geduldig, in voorspoed dankbaar" (Heid. Cat., Z 10). In enkele sessies heb ik aan de ruim 100 aanwezigen – onder wie heel wat studenten van de STAK – uitleg gegeven over Gods verzorging en regering over de schepping in het algemeen en over zijn volk in het bijzonder. Men heeft ook in groepjes een aantal opdrachten besproken. En van de gelegenheid om vragen te stellen werd veel gebruik gemaakt. In de pauzes had ik de kans oude bekenden te spreken, zoals Ibu Ragalawa (haar man was destijds mijn collega-docent aan de STM in Boma, Papua) en Ibu Rihibiha (bij wie we tijdens ons bezoek aan Sabu destijds hebben gelogeerd). En ook trof ik twee dochters Ragalawa die destijds ook op Sabu waren, Ibu Tali en Ibu Mamo, om de gastvrouw de helpende hand te bieden. Pak Windi, voorganger in de GGRI Kupang naast ds Madah Biha, is ook altijd wel in voor een gesprek over een of ander theologisch onderwerp. Al met al een bijzonder geslaagde dag die anderhalf uur langer duurde dan de bedoeling was.

 

Maar vandaag is het zondag. De dienst in de Galileakerk begint om acht uur. Ik zou op tijd worden opgehaald, zodat we vantevoren de liturgie nog konden doornemen, maar de auto van de fam Fangidae rijdt pas tegen achten voor. In de kerk – met uitzicht over de baai, door Pak Isak betiteld als 'het Meer van Galilea' – zit men al te wachten. Tijd om de liturgie nog goed door te nemen is er niet meer. Het moet maar lopen, zoals het loopt. En dat doet het. Ik ga mijn gang en laat het rustig over mij komen, wanneer er ineens voor mij onverwachte dingen gebeuren. De gemeente – een paar honderd mensen – doet enthousiast mee. Twee keer treedt het gemeentekoor op. En naar mijn preek over Hand. 22:17-21 wordt goed geluisterd. Niemand maakt zich druk over de lengte van de dienst, want na de dienst heeft niemand haast om naar huis te gaan. Ik praat nog wat na met verschillende mensen. Dan nodigt Ibu Fangidae me uit om koffie te drinken. Gezellig. We doen dat niet bij haar thuis, maar in Restaurant 'Borneo', vlak bij mijn hotel. Ook de beide voorgangers, Pak Isak en Pak Ed, zijn van de partij. Er is een geweldige keus aan koekjes en snacks. Zo zitten we een uurtje gezellig bij elkaar, 'ngopi ngobrol'. Pak Isak vertelt me over de kerkelijke situatie: de samenwerking tussen de GGRI en GGRM is nu weer goed. Hij hoopt dat dit zo blijft en dat de komende Synode van de GGRI NTT dit ook officieel zal uitspreken.

 

We nemen afscheid met een 'tot ziens'. Het was goed toeven bij deze geloofsgenoten. Ik vind dat op elke reis weer heel indrukwekkend. Er zijn zoveel verschillen in taal, cultuur en huidskleur, maar wat geeft Christus toch een fijne geloofsgemeenschap, wereldwijd.

 

Datzelfde ervaar ik 's middags ook in en rond de kerkdienst van de GGRI in Bakunase/Labat. Collega Madah Biha komt me op tijd ophalen, zodat we nog mooi samen de liturgie kunnen opstellen. Het is opnieuw een mooie eredienst, met daarna gezellig napraten en foto's maken.

 

Later ga ik eten in het hotelrestaurant. Ik ben de enige gast. Met de bediende raak ik aan de praat over christen zijn in het dagelijks leven. Zij is lid van de GMIT, de protestantse kerk van Timor. Maar, zo te horen, is ze bepaald niet randkerkelijk en ook niet vrijzinnig. Ze is betrokken bij het zondagschoolwerk in de gemeente en zingt ook wel mee in het kerkkoor. Veel mensen zijn heel oppervlakkig christen en zijn haast niet te onderscheiden van niet- of andersgelovigen. Dat klopt niet, vindt ze. De mensen moeten aan jou kunnen zien en horen dat je christen bent. Je moet toch een duidelijk getuigenis geven. En zo zegt iemand, die mijn preken vandaag helemaal niet gehoord heeft, toch precies hetzelfde, en probeert dat ook te doen in haar leven. Mooi is dat.

donderdag 27 mei 2010

Aanpakken op Sumba

Drie dagen moest ik op Bali wachten voor ik kon doorreizen naar Sumba. Dit gedwongen verblijf op Bali heeft ook nog zijn goede kant gehad: zo kreeg ik volop de gelegenheid om de aanval van koorts, verkoudheid en diarree die me overkwam rustig te boven te komen. Toen ik vrijdagmiddag op Sumba aankwam, was ik weer aardig op de been. Fit genoeg om te werken. Ik hoopte in de paar dagen die ik op Sumba had, toch nog veel te kunnen doen. En dat is gelukt ook. Hoewel zich ook op Sumba weer vertragingen voordeden door 'operational reasons'.

 

Met Pak Pila was ik al overeengekomen dat ik me zou concentreren op een van de twee afgesproken onderwerpen, de systematische exegese (volgens het stappenproces in Kitab Suci – untuk Kita!) van een hoofdstuk uit Handelingen (als field testing van de Indonesische vertaling van het boek van C. vd Berg, Proces om de volken, die begin volgend jaar door Bina Kasih zal worden uitgegeven). Het andere onderwerp, enkele lessen dogmatiek over 'de voorzienigheid van God in de Sumbanese context', zou ik laten liggen.

 

Diezelfde avond ben ik van start gegaan. Nog onderweg van het vliegveld naar het hotel in Waingapu belde Pak Pila al op of ik om vier uur kon beginnen. En dat terwijl het, toen hij opbelde, al over drieën was. Dat leek me niet haalbaar. We spraken af dat hij me tegen zessen zou komen ophalen. Maar goed ook, want het duurde haast een uur voor ik in het hotel alles op orde had en me eindelijk kon gaan douchen en wat kon gaan eten. Dat laatste moest trouwens buiten de deur bij Eethuis "Nazareth" of bij "Mr Café".

 

Ik heb lesgegeven op vrijdagavond en daarna van maandag tot woensdag. Ook op maandagavond stond er een sessie op het programma, maar toen ik al zo'n beetje klaar stond om naar school te gaan, kreeg ik een sms'je van Pak Pila: er is vanavond geen electriciteit in de wijk waar de kerk/school staat. Door overbelasting van het net, worden de buitenwijken van Waingapu bij toerbeurt een avond afgesloten. Er wordt dan wel lesgegeven bij Pak Paulus thuis, maar die zat deze avond ook zonder stroom. Dinsdag er dus maar flink hard aan getrokken, 's morgens en 's middags, tot over zessen. En toen gegeten bij Paulus en zijn Australische vrouw Isabel. Ze runnen een compleet internaat van bijna 20 kinderen uit de GGRI in het binnenland. Ze hebben zelf een baby, Ruth, van enkele maanden oud. Woensdagmorgen heb ik de lessen afgerond. Daarna terug naar het hotel en naar het vliegveld om naar Kupang te vertrekken.

 

Het waren een paar hectische dagen, maar ik heb genoten van het lesgeven en ook van de gesprekken tussendoor. De 12 studenten deden actief mee en gaven veel respons. We hebben het hele exegeseproces doorgenomen aan de hand van Handelingen 22, mn de verzen 17-21.  De studs mogen graag discussiëren en hebben daardoor nog wel eens de neiging uit te weiden of zelfs elementen in de tekst in te lezen. Ik heb daarom aandacht gevraagd voor wat in 2 Ptr. 1:20-21 wordt benadrukt: de Schrift uitleggen naar de bedoeling van de Auteur. De betekenis 'uitlezen'. Oppassen dus met bijvoorbeeld te menen dat Paulus' gevangenneming een straf was (eigen schuld), omdat hij naar Jeruzalem was teruggekeerd, terwijl Koning Christus hem daar juist had weggestuurd (20 jaar geleden).

 

Toch was er ook nog wel de nodige ontspanning. Zaterdagmiddag werd ik opgehaald door Pak Makabunang voor een bezoek aan Wai Marangu, waar de opleiding eerst was en waar ik ook regelmatig heb gelogeerd. Omdat de auto niet helemaal in orde was en daarom naar de garage moest, vertrokken we ipv om half één pas om half vijf en kwamen we aan toen het al donker was. Mooi om Kapala en Oi weer te zien. Hun tweede kind – ze hebben er net een derde bij – werd geboren op de ochtend van de dag dat ik uit Wai Marangu vertrok, drie jaar geleden. Ik heb toen nog foto's van de baby gemaakt. Laat ik nu precies op dezelfde datum in Wai Marangu terugkomen: het kind vierde die dag haar derde verjaardag. Geweldig.

 

Zondag hebben we het Pinksterfeest gevierd. Er zaten ongeveer 25 mensen in het kerkje van Wai Marangu. Mehang Paratu ging voor (dat doet hij al sinds jaar en dag; ik weet niet anders). Hij hield een degelijke preek, maar fixeerde zich wel wat teveel, vond ik, op onze natuurlijke onwil om daadwerkelijk tot bekering te komen. Het ging er op de Pinksterdag juist om dat, door de kracht van de Geest, veel mensen dat wel deden. Het oogstfeest van geloof en bekering had best meer aandacht mogen krijgen (en de stemming beheersen). Als er een van aanpakken weet, dan wel de Geest! Dat werkt aanstekelijk.

maandag 17 mei 2010

Vast op Bali

Het kan ook niet altijd van een leien dakje gaan. Vorige week in Jakarta liep alles gesmeerd. Maar nu heb ik pech. Toen ik vanmiddag  in Denpasar aankwam, heb ik meteen gecheckt of de vlucht van Merpati morgen naar Waingapu doorgaat. Niet dus. En donderdag al vol. De andere maatschappij die op Sumba vliegt, Batavia Air, heeft op woensdag ook geen ruimte. Ik kan pas vrijdag vertrekken. De zaak omgooien en eerst naar Kupang gaan en vervolgens naar Waingapu is ook geen optie. Dan moeten ze in Kupang ook alles veranderen. Dan er straks in Waingapu maar wat harder aan trekken.
Het was me trouwens een gedoe om een nieuwe ticket te krijgen. Van de internationale terminal moest ik naar die van de binnenlandse vluchten een eind verderop. Bij het loket van Merpati stuurden ze me naar de incheck-counters in de vertrekhal. Dus alle bagage moest door de scan. En toen ging ik van Merpati naar Batavia Air en weer terug. Service van Merpati, ho maar. Ik moest het zelf maar regelen. Eindelijk klaar. Diepe zucht.
Vervelen hoef ik me niet. Ik heb genoeg werk bij me. En ik ga ook maar es even de STTJC bezoeken waar ik vorig jaar een seminar heb gegeven. Een uitstapje naar de rijstterrassen of de vulkaan (deze rookt gelukkig niet) is natuurlijk ook wel aardig. Ik maak er wel wat van. Het is wel weer duidelijk: in dit land moet je klaar staan om te improviseren.

zondag 16 mei 2010

Blij en enthousiast in Jakarta


Het is zondag. Ik ben al vier dagen in Jakarta. Veel tijd om van de jetlag te bekomen heb ik niet gekregen. Ik heb in deze paar dagen al zoveel beleefd. Blijmakende maar ook zorgwekkende dingen. Voor het eerst hield ik het pasverschenen boek Membaca Alkitab (J. van  Bruggen, Het lezen van de bijbel) in handen. Weer een LITINDO-boek klaar. En uitgeverij Bina Kasih heeft toegestemd in de uitgave van weer drie nieuwe boeken. Een paar al verschenen boeken zijn in herdruk. En ook is er weer een vertaling van een boek klaar. Bij een presentatie van LITINDO op de STT Moriah in Gading Serpong, Tangerang (West-Jakarta) werden er veel boeken verkocht. Dat zijn stuk voor stuk opstekers. Ze maken je blij en enthousiast om verder te gaan met dit werk. Het LITINDO-project heeft succes. Prachtig dat God via dit project zijn mensen in Indonesia wil toerusten en zijn gemeente opbouwen. Aan hem de eer!
 
Donderdag, op Hemelvaartsdag, vierde SETIA haar 23e verjaardag (11 mei 1987). Dat gebeurde in het Orchardz-hotel in Noord-Jakarta. Tijdens deze viering vond ook de diploma-uitreiking plaats aan de eerste lichting SETIA-studenten die de door 'Nederland' (GZD/DVN/OZD) gesponsorde opleiding tot Master of Divinity met goed gevolg hebben afgerond. De meesten van hen kende ik van de colleges die ik hen destijds mocht geven. Ze liepen allemaal in een nieuwe toga met een stola waarin de kleuren van de Nederlandse vlag zijn verwerkt. Docent Dick Mak die deze opleiding heeft verzorgd, samen met Marianus Waang en Yusup Lifire, mocht hun de bul uitreiken. De alumni zijn allemaal opnieuw uitgezonden naar hun 'werkplaats' all over Indonesia, van Nias tot Merauke. Tegelijk met hen kregen ook bijna 30 studenten, bijn allemaal afkomstig van Papoea, het D3-diploma. Ook een blijmakend gebeuren.
 
SETIA heeft nu al bijna twee jaar geen eigen campus meer. In 2008 zijn ze verdreven van school en internaten in de Kampung Pulo, dichtbij Vliegveld Halim. Vorig jaar heb ik de studenten bezocht op drie verschillende locaties: het tentenkamp in Cibubur (Zuid-Jakarta), de transito barakken in Kali Malang (Oost-Jakarta) en het voormalige stadskantoor in Grogol (Noord-Jakarta). Van de eerste en de laatste locatie zijn ze intussen ook weer verdreven. Gelukkig is er tijdelijk onderdak gevonden in twee gebouwen, allebei in Noord-West-Jakarta, voor de vrouwelijke studenten in Kalideres en voor de mannelijke studenten in Daan Mogot. De laatste locatie heeft nog weer onder druk gestaan. De moslimgroepering FPI wilde dat de studenten het gebouw binnen 12 uur verlieten, maar dat is niet doorgegaan. Laten de voorlieden van FPI die destijds leiding gaven aan de opstand tegen SETIA in Pulo daar in Daan Mogot wonen! Ze gingen naar Pulo om de christenen weg te jagen, met als gevolg dat ze nu bij hen op de stoep zitten! Hoe wonderlijk kan het gaan. Op de twee nieuwe locaties en in Kali Malang gaat het werk door. En ook de M.Div-opleiding die plaatsvindt in Kota Wisata (Zuid-Jakarta) gaat ongestoord verder.
 
Er zijn echter bij SETIA ook interne problemen: frictie tussen de leiding en het stichtingsbestuur en tussen de leiding en de staf/docenten. Onlangs heeft een behoorlijk aantal docenten die SETIA al jarenlang trouw hebben gediend, zich teruggetrokken uit onvrede over hoe zij behandeld worden. De salarissen zijn al maandenlang niet uitbetaald, maar dat is niet het belangrijkste. Punt is dat zij geen vertrouwen en verantwoordelijkheid krijgen, maar vaak als kinderen zo niet slaven behandeld worden. Hun vertrek heeft de leiding aan het denken gezet. Hopelijk kan ik als bemiddelaar - dat verzoek kreeg ik van de leiding - bijdragen aan een herstel van de vrede en de rust.
 
Vanmorgen heb ik op uitnodiging van SETIA gepreekt op de locatie Kalideres. Die preek ging over wat de apostelen deden in de tien dagen tussen Hemelvaart en Pinksteren (Lucas 24:50-53 en Handelingen 1:12-14). Ze zaten niet bij de pakken neer, waren niet verdrietig om Jezus' vertrek, maar ze waren blij en enthousiast, klaar om met de uitvoering van hun opdracht te beginnen. Terwijl ze ook al wisten dat dat niet gemakkelijk zijn zijn. Ze popelden van verlangen om aan de slag te gaan, in wat voor omstandigheden ook. Van die houding kan ieder gelovige veel leren: Wees blij, wees enthousiast, wees actief. Om dat te kunnen zijn, ook in de moeilijkste omstandigheden: blijf bidden. Houd contact met God. En vergeet niet: Koning Christus is met ons. Door de Geest.
 
Blij en enthousiast: als alles goed gaat, maar ook als het tegenzit.


(De foto is gemaakt door Corien Oranje: Namens de GZD mocht ik de verjaardagstaart mee aansnijden en daarbij een gebed uitspreken. Moge de Heer SETIA een gezegend nieuw jaar geven en uitkomst op verschillende vlakken.)

maandag 26 april 2010

Werkreis 2010

Opnieuw op werkreis voor LITINDO: 10 mei – 22 juni 2010

Ook dit jaar ga ik weer voor LITINDO op werkreis naar Indonesia, en wel – als God wil – van 10 mei tot 22 juni. De eerste en de laatste week verblijf ik in Jakarta voor tal van werkzaamheden:
overleg met de uitgevers. Bij ‘Bina Kasih’ (YKBK) liggen twee manuscripten die moeten worden uitgegeven. Het ene is een door ds Gerrit Riemer verzorgde vertaling van Roep Mij aan! (een boekje over het gebed) en het andere een beknopte bijbelverklaring op het boek Handelingen, Proces om de volken, waarvan ik de vertaling heb klaargemaakt. Ik ga er nog een derde manuscript inleveren, het boekje Gereformeerde Kanoniek, geschreven door ds Daan Zandbergen. Ook bij de uitgeverij ‘Gunung Mulia’ (BPK) liggen twee uit te geven boeken, een boek van ds Jaap Groen over belijdenissen en het Candlestand Statement, een uitgave van IRTT/DVN. Er staan dus weer vijf nieuwe boeken op stapel. En er is begin dit jaar ook al een boek verschenen, nl Het lezen van de bijbel van dr Jakob van Bruggen. Ook daarvan heb ik de vertaling verzorgd.
overleg met vertalers. Vorig jaar is LITINDO’s vertaalster, mw Amsy Susilaradeya, overleden. Zij heeft veel boeken voor LITINDO vertaald. Daarnaast zijn Mariam, de vrouw van Marianus Waang, en Warni, de vrouw van Yusup Lifire (die in Kampen NL de opleiding tot M.Th. hebben gevolgd) aan het vertalen. Warni vertaalt een dagboekje voor kinderen. Mariam is met verschillende projecten bezig, nl met de vertaling van Adrian Verbree, Over dopen, en met de omwerking van enkele scripties.
overleg met Marianus Waang. LITINDO is bezig met de uitgave van een boek over ‘gereformeerde geloofsleer in de Indonesische context’. Marianus Waang heeft de taak om dit boek in de Indonesische cultuur te plaatsen. Dat is een hele klus en bepaald niet gemakkelijk. Het is belangrijk om daarover goed door te praten.
bezoek aan SETIA. Natuurlijk hoop ik ook SETIA te bezoeken op de twee tijdelijke locaties waar ze momenteel verblijven. Daar zal ik dan ook wel weer heel wat bekenden ontmoeten, o.a. de familie Dick en Corien Mak.
presentatie van LITINDO. Ik heb een uitnodiging van de Theologische Hogeschool ‘Moria’ om daar op Hemelvaartsdag te komen en LITINDO te presenteren na de kerkdienst op de campus. Er gaat een set van alle boeken mee.

Op 17 mei reis ik door naar Bali en op 18 mei naar Sumba voor het geven van lessen exegese en/of geloofsleer op de Theologische Hogeschool van onze zusterkerken daar. De exegese zal gaan over het pasverschenen boek Het lezen van de bijbel, met daarbij voorbeelden uit het vertaalde boek over Handelingen. En de lessen geloofsleer zullen gaan over schepping en voorzienigheid, mn over engelen en boze geesten. Van Sumba gaat de reis verder naar de stad Kupang. Ik hoop twee seminars te geven bij onze zusterkerken daar. En als het lukt, maak ik vanuit Kupang nog een uitstapje van een paar dagen naar het eiland Alor, de geboorteplaats van Marianus, Mariam en Yusup. Ook daar staan een seminar gepland en een presentatie van LITINDO. Al die lessen en seminars staan in het teken van field testing, het uitproberen van hier geschreven of vertaald lesmateriaal in de praktijk. Als het aanslaat, kan het worden uitgegeven. En anders moet er nog weer aan gewerkt worden.

Op de terugweg naar Jakarta maak ik een stop van enkele dagen in Salatiga (Midden-Java) voor een bezoek aan de Christelijke Kerk van Java. Deze kerk heeft net als onze kerk de Heidelbergse Catechismus als belijdenisgeschrift. Onlangs heeft men een aanvulling op de Catechismus gemaakt en op de synode aangenomen waarin – in vraag/antwoord-vorm – wordt ingegaan op de Javaanse cultuur. Dat is niet alleen interessant, maar ook heel leerzaam, bijvoorbeeld voor het boek over geloofsleer waarmee LITINDO bezig is.

Ik eindig weer in Jakarta voor vervolgoverleg, of om te doen wat op de heenreis niet gelukt is. Het is de bedoeling dat ook Anita Helder van de Voorlichtingscommissie van de GZD die week in Jakarta is om de sfeer te proeven van het LITINDO- en SETIA-werk. Zij gaat SETIA bezoeken en de families Waang en Lifire. En ze gaat vast ook met mij mee naar de verschillende uitgevers.

Zes weken is een hele periode, maar de tijd vliegt altijd om. Maar zo’n reis geeft wel altijd een dubbel gevoel, want Atsje en Jos (en ook Wemke en Reinder) blijven hier. We hopen en bidden dat, onder Gods bescherming, hier én daar alles goed mag gaan.

HV / Paheng
www.litindo.org.

maandag 20 juli 2009

Blog Marianus Waang

Ook Marianus vertelt uitgebreid - en spannend! - over onze reis naar Papua. Lees zijn verhaal op de website van LITINDO: www.litindo.org. Kijk onder SETIA, Weblog. Op dezelfde site - maar dan onder LITINDO, Weblog - staan ook mijn blogs.