zondag 14 juni 2009

Van sawahs, vlinders en interviews bij zonsondergang

Tussen de Onneres en de Onner polder is groot verschil. Elke keer wanneer ik daar wandel, valt me dat weer op. Evenzo tussen de sawahs/rijstvelden van Jatiluwih in de heuvels van Midden-Bali en het strand van Kuta aan de westkust van Bali. Ik ben gisteren op beide geweest. Van wandelen kwam niet zoveel. Op de sawahs was het heet en op het strand file. Maar leuk was het wel.
 
Wanneer je bij Yulia Beach Inn de straat op loopt, komen de chauffeurs al op je af: "Transport?" Maar wat krijg je dan? En hoeveel vraagt hij? Tijdens het ontbijt vraag ik iemand van het personeel naar de prijzen. Hij weet een goede chauffeur met een goede auto voor me te regelen. En niet duur. Een chauffeur à la Pak Frans bij Wisma PGI in Jakarta. Hij lijkt ook nog op hem. In anderhalf uur rijden we naar Midden-Bali, steeds verder omhoog de heuvels in. Het uitzicht wordt mooier en mooier. Hij brengt me op plaatsen met een grandioos uitzicht. Op de sawahs zijn de mensen druk bezig: de oogst wordt nog binnengehaald (vrouwenwerk) of ze zijn de droge stoppels aan het verbranden om de velden daarna klaar te maken voor weer een nieuwe oogst (mannenwerk). Van toeristen kijken ze niet op. Hoewel, in het binnenland komen maar heel weinig toeristen, vergeleken met de kust. Maar wanneer ze ontdekken dat deze blanke Indonesisch spreekt, stoppen ze toch even met hun werk en maken ze graag een praatje. Ze vertellen over hun gewas: de rijst die ze aan het oogsten zijn is 'rode rijst', een van de duurdere soorten. En heel lekker. Dat is geen grootspraak, weet ik uit ervaring. Ze hebben een goede oogst gehad deze keer. Er komt een brommer voorbij met achterop twee grote blauwe bakken. Het is de ijscoman. Een van de vrouwen gaat een ijsje kopen. Anderen drinken water uit de meegebrachte flessen. Overal op de sawahs staan afdakjes en huisjes. Daar houden ze vooral tegen de oogsttijd de wacht. De vogels moeten worden weggejaagd. Ook staan daar vaak een of twee koeien. Zodra de rijst geoogst is mogen die zich eerst tegoed doen aan de stengels. Wanneer de rest tot stro gedroogd is, gaat de fik erin. En begint het proces van voren af aan. "Nou, succes ermee hoor," zeg ik ten afscheid. "Goede reis, Pak," is het antwoord.
 
We rijden terug via Tabanan. Onderweg stoppen we nog even bij een grote waringinboom. Het dorpsbeeld wordt vaak beheerst door zo'n hoog boven de huizen oprijzende bladerrijke boom. Bij zo'n boom vind je vast en zeker op z'n minst een altaar, maar vaak ook een complete Hindoetempel. Dit soort bomen heeft een bijzondere betekenis als 'levensboom', niet alleen voor de Hindoes op Bali en Java, maar ook voor de Dayaks en de Papua's. Ze vormen de verbinding tussen aarde en hemel en zijn de woonplaats van goden en geesten. Vlak voor Tabanan komen we langs de vlindertuin. We stoppen en nemen een kijkje. Er zijn niet echt veel soorten vlinders (en kevers, rupsen en wandelende takken) maar wel mooie bloemen. Toch wel aardig om te zien hoe men zijn best doet om de natuur te beschermen.
 
Om een uur of drie ben ik weer terug bij Yulia Beach Inn. Uitgeteld, want het is intussen wel erg warm, ook al heeft de auto een goedwerkende airco. Maar tegen de avond ga ik toch ook nog even naar het strand vlakbij om samen met de samengestroomde menigte de zonsondergang te zien. Behalve de zon sta ikzelf blijkbaar in het middelpunt van de belangstelling. Ik word geinterviewd en gefotografeerd door wel dertig SMA-leerlingen. Ze komen op mij af: "Sir, we have to practice our English. We want to interview you and take a picture as proof." Mijn reactie: "Only when I can take a picture of you." Dat is OK. Als ik dan ineens in het Indonesisch tegen hen begin te praten, is de toon van het interview gezet: "How is it possible that you can speak Indonesian? For which reason are you here?" Het zijn meest (gesluierde) meisjes van een Islamschool in Kediri. Ze zijn op 'werkreis'. Wil je goed Engels leren spreken, dan moet je op excursie naar het strand van Bali. Ze lopen er dik ingepakt bij in tegenstelling tot veel blanke badgasten (ja, ik loop er wel netjes bij hoor als niet-badgast). Wanneer er weer een paar op me afkomen, zeg ik al: "Jullie komen vast uit Kediri." Verbazing: "Ja, hoe weet u dat?" "Dat kan ik zien aan jullie neus." Een Indonesische mevrouw staat het allemaal van dichtbij aan te zien en komt naar me toe: "Ik vind het zo leuk dat u dit doet. De meeste blanken willen niet en lopen meteen door. U bent heel anders. En u spreekt nog Indonesisch ook." Ja, maar dit is toch ook veel leuker dan die hele zonsondergang. Het is ook maar net wat je op Bali zoekt: een stuk zand van een bij twee meter onder de hete zon of het contact met de mensen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten