Impressies van werkreizen voor LITINDO - LIteratur Teologi dalam bahasa INDOnesia
zaterdag 11 juli 2009
Werk volgens planning
woensdag 8 juli 2009
Wisseling van werelden
Maar wat een wereld van verschil tussen nu en de periode dat ik op Papua werkzaam was (1981-1992). Wanneer we toen een brief verstuurden, wisten we dat we ongeveer twee maanden moesten wachten op antwoord. Nu is er binnen een paar dagen, of zelfs binnen een paar minuten reactie. Als je aan die snelweg van communicatie eenmaal gewend bent, heeft het verleden afgedaan. Hetzelfde geldt voor het reizen tussen de dorpen. Vroeger deed je met de prauw een dag over de tocht van Boma naar Uni. Lopend bij lage waterstanden) kon je het in een uur of vijf doen. Nu kun je er per truck of motor in ruim een uur naar toe rijden. Loop je over de pas aangelegde weg, dan doe je er twee en een half uur over. Nog altijd de helft van vroeger. Maar dat wil toch niemand meer?
Het binnenland van Zuid-Papua wisselt in korte tijd van wereld. Dat was al het geval door de komst van zending en overheid. Maar dat raakt in een complete stroomversnelling door de verbetering van de infrastructuur. De mensen van de Jair, Awyu en Kombaistammen hebben een nieuwe wereld betreden. Die wisseling van werelden vindt ook op het water plaats. Er varen dagelijks boten tussen Tanah Merah en Kouh, Kawagit, Manggelum en verder. Houten boten, longboats en speeds, je kunt iedere dag wel een boot nemen. Geen wonder dan ook dat er in Tanah Merah hele wijken verrijzen van 'orang Kouh', 'orang Kawagit' enz. Vanuit Tanah Merah kun je dan weer verder per boot of per vliegtuig.
De gesloten wereld van de jungle gaat langzaam maar zeker open. Voor de bevolking heel plezierig, al blijven ze wel - letterlijk - aan het eind van de wereld zitten. Door de grote afstanden is alles er heel duur. Juist de mensen die het het minst kunnen betalen, moeten het meest betalen. Een liter benzine kost aan de kust Rp. 4800, in Kouh Rp. 15.000 en in Wamena (waar alles moet worden ingevlogen) zelfs Rp. 25.000. Boeken kosten er twee keer zoveel als in Jakarta. En kranten zelfs 3 tot 4 keer zoveel. Het zijn er bijna Nederlandse prijzen.
De verbetering van de infrastructuur heeft ook negatieve gevolgen. Er komt ook van alles binnen, mn veel handelaars en winkeliers die de begeerte van de mensen naar allerlei veel te dure artikelen weten op te wekken, zodat ze hun verdiende geld meteen weer kwijt zijn. Dat is zuur. Maar wat doe je eraan?
Op nog een andere manier hebben wij de wisseling van werelden meegemaakt. Het maakt groot verschil of je vanuit Nederland via Jakarta en Jayapura in de jungle van Papua aankomt, of andersom. Bij aankomst in Sentani vanuit Jakarta vonden we de luchthaven een rommeltje. Nu we vanuit Wamena in Sentani aankwamen, was het ineens een keurig vliegveld. En wat een verschil tussen de Papua's in de sagomoerassen, in de bergen en in de stad. Zodra je vanuit het laagland de bergen invliegt verandert alles. Eerst vlieg je over de vanzelf groeiende sagopalmen, dan over de talloze aardappelakkers van de bergbewoners. En in de stad is alles en iedereen op de winkels aangewezen. Als dat jou als westerling al aan het duizelen brengt, wat moeten de Papua's dan al niet ervaren. Een totale culture shock. Ze betreden letterlijk een nieuwe wereld. Maar helaas, het is niet dé nieuwe wereld.
vrijdag 19 juni 2009
Fanfare en tandengeknars in Merauke
hart. Vanmorgen om zes uur waren we bij de luchthaven in Sentani. Het
was als altijd een dringen om binnen te komen. Daar ging het inchecken
voor de vlucht naar Merauke vlot. We hoefden zelfs voor het
overgewicht - een pakket boeken van 10 kg - niet te betalen. Daarna is
Marianus in de wachtruimte gaan zitten. Ik heb de auto weggebracht
naar de MAF en de sleutel afgegeven. Een ojek (brommertaxi) heeft me
teruggebracht naar het vliegveld. Toen ook ik in de wachtruimte kwam,
was ons vliegtuig nog niet eens aangekomen. Op tijd vertrekken was al
niet meer mogelijk. Uiteindelijk vertrokken we een uur te laat. In het
vliegtuig zaten we naast Tom Bolser, de MAF-piloot die in Merauke is
gestationeerd en die ons maandag naar Kouh zal brengen. We konden
alvast het een en ander bespreken.
Het duurde lang voor we onze bagage hadden. Toen gingen we eerst naar
de MAF om alvast alles te wegen. Dan hoeft dat maandag niet meer.
Daarna bracht een taxi ons naar de Biara MSC, het klooster dat tussen
de oude kerk en de nieuwe kathedraal in staat. Gisteren had ik al met
broeder Willy gebeld. We waren welkom. Zo werden we ook ontvangen. We
werden meteen uitgenodigd voor de koffie en konden met verschillende
broeders of pastoors een praatje maken. We vielen met de neus in de
boter: juist vandaag vierde de MSC haar 150-jarig bestaan. Aan het
eind van de middag zou er een dienst zijn in de kerk en daarna een
feestelijke maaltijd in het klooster.
We zijn dus voor een paar dagen kloosterlingen en delen in de eenvoud
van de broeders. Het gebouw is oud, maar goed onderhouden. Het eten is
supereenvoudig maar lekker. Er heerst een sfeer van gezelligheid en
ongedwongenheid. De broeders houden ervan om grapjes te maken en
elkaar vliegen af te vangen. Broeder Willy glimschatert continu. Een
bezige bij zonder zit in zijn gat. Na het eten zijn we een dutje gaan
doen. Maar ineens werden we opgeschrikt door de fanfare vlak voor het
raam. Een muziekkorps van jongeren/kinderen startte de feestelijkheden
met een parade op het terrein van kerk en klooster. Een uurlang
marcheerden ze, pauzeerden even voor een sanitaire stop, marcheerden
weer, al musicerend. Tegen vijven begeleidden ze de processie van
pastoors en priesters naar de kerk, die intussen mudvol zat. We hebben
alles van een afstandje meegemaakt. Als gereformeerde dominees zijn
wij toch 'de eenden in dit kippenhok'.
We hebben wel volop deelgenomen aan de feestelijke maaltijd na de mis.
De geestigste geestelijke leidde de samenkomst. Er waren enkele
zanggroepjes die een lied zongen, in het Indonesisch, Engels of in de
stamtaal. Een van de pastoors hield een toespraakje. Daarna was het
tijd voor de 'acara kertak gigi', de ceremonie van het tandengeknars,
oftewel de maaltijd. Na het gebed werd iedereen uitgenodigd om de
tanden te laten knarsen en van het eten te genieten. Er heerste een
gezellige sfeer tussen de broeders, de zusters en de leken.
Verschillende mensen kwamen op ons af. Een kind kuste zelfs mijn hand.
Ik sprak ook dokter Yohanes die destijds met dr Dresser in Senggo
samenwerkte. En een man die in de Muyu met Rufus en Herman op zoek is
geweest naar een verdwenen radiozender. Het aardige is dat iedereen
hier weet waar 'Boven-Digoel' ligt. In Jakarta, op Bali en ook in
Jayapura moet je dat vaak uitleggen. Hier klikt het meteen, wanneer je
Tanah Merah zegt.
Het is aardig om hier een paar dagen te zijn. We hebben wel meteen een
spuitbus tegen de muskieten gekocht, want die zijn hier knap
agressief. Morgenvroeg hopen we SETIA te bezoeken en morgenmiddag
en/of zondag de GGRI. Beide locaties liggen niet ver van onze
verblijfplaats af.
Intussen is de rust teruggekeerd. Het klooster ademt weer de normale
rust en gemoedelijkheid. En daar doen wij aan mee.
donderdag 18 juni 2009
"Kasi uang dulu!" ("Geef eerst je geld!")
uur rijden van Sentani/Pos Tujuh waar wij verblijven, parkeren we even
bij een winkel om brood te kopen. De parkeerwacht, een Papua van de
Danistam, schudt ons de hand. "Hoe is het?" "Goed, Pak." "Pas je goed
op de auto?" "Ja, dat komt voor elkaar." Na een paar minuten staan we
alweer buiten en stappen in de auto. Het is donker en druk. De
parkeerwacht zal ons als altijd de weg op helpen door gewoon de auto's
in beide richtingen tegen te houden. Dan zegt hij: "Kasi uang dulu",
niet als een voorwaarde om ons op weg te helpen, maar in de zin van:
laten we eerst maar afrekenen, dan kun je zo meteen doorrijden en hoef
je niet eerst weer te stoppen middenop de drukke weg om het
parkeertarief te voldoen. Goed bedacht van deze man. Hij fluit alle
auto's tot stoppen en verleent ons met een brede armzwaai doorgang. En
wij kunnen meteen vaart maken en hoeven het verkeer niet op te houden.
"Kasi uang dulu." We zitten te lachen in de auto. "Kasi uang dulu."
Daar ging het vandaag vaker over. Maar dan wel in de betekenis: betaal
eerst maar eens. In positieve en in negatieve zin. Pak Okto in Koya
Timur, die voor het runnen van de SMTK daar geld uit Jakarta nodig
heeft, maar dat maar met moeite loskrijgt zodat hij in de moeite komt.
Hij heeft gelijk om dan op zijn poot te spelen. We hoorden het ook in
negatieve zin tijdens het seminar voor de leiders van de GGRI in Waena
en Sentani. Het ging over Gods voorzienigheid tegenover het
adatdenken, bijvoorbeeld bij een sterfgeval. Volgens de adat moet de
schoonfamilie van de overledene dokken. "Kasi uang dulu." ("Geef eerst
je geld."). De man is per definitie schuldig aan de dood van zijn
vrouw, en omgekeerd. Betalen, in geld of in natura.
We hebben een drukke dag gehad. Eerst zijn we naar Koya Timur gereden,
een transmigratiedorp in het binnenland, zo'n 30 km van
Abepura/Jayapura. De weg ernaar toe is goed en gaat over heuvels en
door dalen. Wanneer een vrachtauto voor ons gehuld in dikke zwarte
rookwolken zich omhoog slakt, wachten we eerst maar even. Stel je voor
dat hij achteruit rolt. Dan komen wij klem te zitten. Dat dat een
goede gedachte is blijkt 's middags op de terugreis. Wanneer we over
een top naar beneden rijden zien we voor ons een vrachtauto
terugrollen, terwijl de bijrijden probeert een steen voor de wielen te
gooien. Het loopt gelukkig goed af.
We worden door Pak Okto verwelkomd. De eerste vraag: Wat doe je hier
helemaal aan het eind van de wereld? Antwoord: het is hier goedkoop.
Een materiele reden dus. Terwijl ik eigenlijk een geestelijk antwoord
verwachtte: Dat is toch de opdracht van Jezus? Het is vakantietijd en
daarom rustig. Het SETIA-complex bestaat uit twee gewone huisjes, het
een is jongensinternaat plus huis van Okto en zijn gezin, het andere
meisjesinternaat plus onderkomen van twee vrouwelijke stafleden. De
lessen vinden plaats in de kerk. Het is een pinksterkerk, maar ze zijn
ervan op de hoogte dat SETIA een andere leer is toegedaan. Geen
probleem. Okto is hier heel gemotiveerd aan het werk en wil graag een
eigen terrein. Maar de geldstroom uit Jakarta is maar dun. Okto is
iemand die gewoon zegt hoe hij erover denkt, tegen wie dan ook. Hij
vindt dat ze in Jakarta de kerken en scholen in het binnenland te
weinig aandacht geven. Misschien was de verdrijving van de campus wel
een teken dat ze moeten stoppen met het bouwen van hun Jeruzalem in
Jakarta en echt de desa ingaan. Dat is toch het motto van SETIA?! Uit
de desa voor de desa.
We genieten van een goede maaltijd en hebben de tijd om te praten over
de cultuur van de Papua's. In de auto hadden Marianus en ik het nog
over de kledij van de Papua's gehad, peniskoker en grasrok. Ze lopen
niet naakt, zoals de mensen vaak zeggen, maar hebben een sterk
schaamtegevoel. "Als je me kwaad wil hebben, moet je zeggen dat de
Papua's naaktlopers zijn." En dan zegt Okto later: "Veel Papua's lopen
er nog naakt bij en gaan het weer opnieuw doen voor de commercie." Ik
hoor Marianus afwachten. En ja hoor: "Maak me niet boos, Okto! Ze
lopen er niet naakt bij." Hij heeft wel gelijk: als ze het even doen
voor toeristen om geld te maken, dan vind ik het ook verwerpelijk.
Maar laat de Papua's aub in hun waarde. Het zijn zelfbewuste mensen.
En dat is alleen maar goed. De zending heeft ze nooit gedwongen om
broeken en rokken aan te trekken.
We zijn ruim op tijd terug in Waena voor het miniseminar. Om drie uur
begint het, denken we tegen beter weten in. Om kwart voor vier zijn er
voldoende mensen om te beginnen. En dan hebben we ook een prima
gesprek. Eerst geven we uitleg over de bedoeling en over het
onderwerp. En dan beginnen we de discussie. In een volgende blog
vertel ik daarover meer. De elektriciteit is uitgevallen: het wordt
hoe langer hoe donkerder. Met een paar kaarsen wordt er licht
gebracht. Dat brengt Marianus tot een mooie uitspraak: Als christenen
zijn we net kaarsen. We verspreiden licht maar worden zelf steeds
kleiner. Een van de aanwezigen, Pak Naftali, geeft een indrukwekkend
geloofsgetuigenis. Toen hun jongste zoon verongelukte hebben hij en
zijn vrouw veel kracht van God ontvangen. Op hun waaromvragen kwam
geen antwoord, maar ze weten dat wat God doet goed is. Ze zijn niet
meegegaan in de gebruiken van de adat: dreigen, eisen, wraaknemen. De
voorzienigheid, zorg, regering van God staan echt haaks op de
gedachten van de stamgodsdienst. Toch wordt je in zo'n situatie van
rouw ook nog aangevallen juist door christenen: Wat voor zonde had hij
gedaan? Daarop is maar één antwoord: Lees het boek Job!
dinsdag 16 juni 2009
Waar zijn de GGRI?
Gisteren zijn Marianus en ik in Sentani aangekomen. Ik moest om half twee 's nachts op het vliegveld zijn. Eerst nog wat geslapen en later in het vliegtuig ook weer, zodat ik aardig uitgerust aankwam. Marianus heeft onderweg amper geslapen. In Timika, bij de goud- en kopermijnen van Freeport, mochten we even uit het vliegtuig. Daarna was het nog 50 minuten naar Sentani, de luchthaven van Jayapura aan de Noordkust. Met een taxi zijn we naar Pos Tujuh gereden, de plek waar - al sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw - gastenhuizen zijn van allerlei zendingen en waar ook voor ons plek was gereserveerd in het huis van de NRC/Zending Geref. Gemeenten. In het huis van de Zending Gereformeerde Kerken wonen de Wieskes. We werden meteen op koffie onthaald.
's Middags zijn we op zoek gegaan naar mensen van de GGRI, maar de een was ziek en de ander wist van niets. Tja, wat nu? Ik had toch duidelijk van te voren allerlei zaken geregeld en hoopte dat ik het een en ander kon doen. Dan morgen maar proberen via het Kantoor van de GGRI in Waena, een half uur rijden van Sentani. Daar zijn we vanmorgen dan ook naar toe gereden. Eerst via de MAF om nog even de vluchten naar het binnenland van Papua te checken en naar de Merpati om onze tickets voor de vlucht naar Merauke op te halen. Bij het kantoor van de GGRI heerste diepe rust. Een hondekop keek om het hoekje van de deur. En binnen lag nog een ander scharminkel. Verder niets. Geroepen. En ja, daar kwam Yohana tevoorschijn. "Nee, verder is er niemand en ik werk hier nog maar kort en weet ook niet wat ik moet doen." Yustus, een van de ouderlingen, is haar broer. Ze zal hem een boodschap van mij doorgeven en ik krijg een mobiel nummer. De vraag komt steeds meer op: Waar zijn de GGRI? Ik sta aan de deur te roepen, maar waar zijn ze?
Wanneer we even later weer op weg zijn, gaat de telefoon: Yustus. Hij is naar het kantoor van de GGRI gegaan, maar wij waren al weg. Terug dus. Dan hebben we toch een heel goed gesprek. En nu blijkt ook dat er wel degelijk berichten naar het binnenland gegaan zijn. Ook in Waena zelf is zondag nog afgekondigd dat ik eraan kom, samen met Marianus. En hij wil graag regelen dat er een mini seminar wordt gehouden, net alleen met voorgangers maar ook met de ouderlingen erbij. Prima. Hij vertelt ons veel over de situatie van de GGRI. Goed te horen. Bemoedigende berichten ook. Waar zijn de GGRI? Daar dus.
Vanmiddag kreeg ik een sms'je dat we morgenmiddag om drie uur worden verwacht. Ze zullen er zijn.
PS Het is warm hier. Als dan ook nog de elektriciteit uitvalt en geen ventilator het meer doet en ook de waterpomp niet, dan krijg je wel even een culture shock. Maar die was gisteravond nog veel erger, toen we voor het halen van wat boodschappen werden verwezen naar de nieuwe supermarkt, oftewel hypermarkt. Nou, hyper is ie zeker. Heel Papua kan daar zijn boodschappen doen. Sentani, Abepura, Jayapura, ze worden opgestoten in de vaart der volken. Vanmiddag hebben we in alle rust vis gegeten in een restaurantje met prachtig uitzicht over het Sentanimeer. Daar begint overmorgen een groot festival over de cultuur van de Sentanimensen. Naast de modernisering is er dus ook aandacht voor de lokale nog altijd gepraktiseerde cultuur. Als dat maar geen museumstuk wordt.